De 30 verzen van De Onweg

De 30 verzen van De Onweg

6 april 2019 Uit Door Fran Bambust

In de lente van 1985, ik was toen 20, mijmerde ik me gek over waarheid en waarden. Wat is? Wat moet? Waar eindigt de kijker, waar begint de wereld? Wekenlang hield ik een boekje bij waarin ik die mijmeringen in de stijl van de Tao-Te-Tjing neerschreef.
Meer dan dertig jaar later kreeg ik ze weer in mijn handen en kon ik ze eigenlijk nog wel smaken. Ik zou ze vast anders schrijven nu, maar interessant vind ik ze nog steeds. Jij ook?

~ I ~
Een bloem wordt bloem genoemd
en een vogel vogel.
Maar wat bloem genoemd wordt
is slechts bloem
en wat vogel genoemd wordt
is slechts vogel.
Daarom kan de mens de vogel niet vangen
en de bloem niet plukken.
Alleen noemen kan de mens.

~ II ~
In het begin was er niets.
In het begin was er geen begin.
En het niets werd,
want het niets werd genoemd.
En het niets werd iets.
De mens maakte het iets.
De mens maakte de wereld,
want de mens noemde de wereld.

~ III ~
Een wereld zonder naam
is geen wereld van mensen.
Een wereld met naam
is geen wereld die is.

~ IV ~
Er is alleen de wereld die genoemd wordt.
De weg van het noemen is geen weg.
De weg van het noemen is onweg.
Want de weg van het noemen is de weg van de schijn.

~ V ~
De onweg toont geen Waarheid.
De onweg toont geen Leugen.
De onweg maakt de waarheid.
De onweg maakt de leugen.
De onweg vernielt de waarheid.
De onweg vernielt de leugen.
De onweg is schepper en vernieler van alle wezen.

~ VI ~
Wie de onweg verlaat, vindt geen weg meer
Want de onweg is de enige weg.
Wie de onweg volgt, denkt een weg gevonden te hebben.
Maar de onweg is geen weg.
Wie de onweg volgt, bedriegt zichzelf.
Wie de onweg verlaat, is maar van één iets zeker:
dat ze maar van één iets zeker is.

~ VII ~
Wie iets zegt over mensen
zegt iets. Misschien over mensen.
Wie iets zegt, vernietigt het,
want hij volgt de onweg.
Wie iets zegt, maakt het,
want hij volgt de onweg.
Wat gezegd wordt,
is een nieuwe wereld
en een oude vernield.

Wie wat ook zegt over wat ook waneer:
het is interpretatie.

~ VIII ~
Er is maar één onweg
maar die gaan allemaal een andere kant op.

~ IX ~
Elke mens heeft een onweg.
Elke mens heeft een andere onweg.
Elke mens gaat een andere kant op.

~ X ~
Elk denken is noemen.
Elk denken is interpreteren.
Elk denken is maken.
Elk denken is vernielen.
Elk denken is onweg.

~ XI ~
Wat is, hoeft niet te zijn.
Wat niet is, hoeft niet niet te zijn.
Iets bestaat maar bij gratie van anderen.
Iets bestaat maar voor iemand.

~ XII ~
Het ultieme goed is het ultieme slecht.
Er is geen goed. Er is geen slecht.
Ik maak mijn goed. Ik maak mijn slecht.

Goed en slecht zijn kiezelstenen op een onweg:
ze vormen de weg en doen alsof die ergens heengaat,
maar uiteindelijk
doen ze alleen de voeten pijn.

~ XIII ~
Ja en nee zijn onweg.
De uitersten van een lijn.
Zijn punten op een cirkel.
Ze lopen in elkaar over.

Er is geen ja en nee.
Er is geen zwart en wit.
Er is geen links en rechts.
Er is geen man en vrouw.
Er is geen goed en slecht.
Ze lopen over in elkaar.
Proberen ze te splitsen is onweg.

~ XIV ~
Alles is één
en alles is vele
en alles is niets.

Er is geen verschil.
Er is geen gelijkheid.
Gelijk en verschil zijn namen.

~ XV ~
Er is geen begin.
Er is geen oorzaak.
Er is geen einde.
Er is geen gevolg.
Er is alleen wat is.
Soms.

~ XVI ~
Onwegen zijn niet nutteloos.
Dit wil zeggen: ze kunnen een doel bereiken.

Doelen echter zijn nutteloos.
Want er is geen doel voor hen
behalve het doel
dat door de onweg gepredikt wordt.

~ XVII ~
In het begin was er Angst.
En de Angst werd niet genoemd.
De Angst was onnoembaar.
De Angst is onnoembaar.

De mens voelde de Angst.
En de mens vluchtte de Angst.
Hij noemde de Angst om de Angst te vluchten.
Zo maakte de mens de onweg.

~ XVIII ~
De mens heeft smaak
want de mens heeft Angst.

Dus kiest de mens dat wat hij gewoon is.
De mens kan zijn onweg niet verlaten.
Hij is bang dat zijn onweg niet de weg is.
En terecht.

Smaak is zelfverdediging.

~ XIX ~
De onweg doet handelen.
Maar de wijze handelt niet volgens de onweg.
De wijze houdt zich bezig met wat haar bezighoudt.

~ XX ~
De wijze doet niets slecht.
De wijze doet niets goed.
En toch doet de wijze.
De wijze gaat nergens heen.
Dus kan ze niet verkeerd lopen.
En ook niet juist.

~ XXI ~
Er waren eens drie mensen.
De eerste ging altijd op zijn onweg,
want hij wist niet wat hij deed.
De tweede ging af en toe op onwegen,
want hij wist wat hij deed.
De derde ging nooit op een onweg,
want hij wist niet waarom hij dat moest doen.

~ XXII ~
Ik predik inconsistentie.
Er is geen goed of slecht.
Waarom dan wroeging als je een onweg verlaat?
Wroeging wijst op onweg
maar niet op onwegen.
Ze is betrekkelijk.

Consequentie en consistentie zijn gevaarlijk.
Ze doen het betrekkelijke vergeten.

~ XXIII ~
Welke weg je ook neemt, het is onweg.
Hoe ontwijk je dan de onweg?
Door geen enkele weg te nemen ofwel allemaal.
Zie, daar is de weg van de wijze.
Hij volgt geen weg, maar gaat waar hij gaat.
en doet wat hij doet.
De wijze doet niet door alles te doen.
De wijze gaat nergens door overal te zijn.


De wijze volgt geen weg
en probeert alle onwegen goed te vinden.
De wijze weet dat goed en slecht
de uitwerpselen zijn van zijn bekrompenheid.
De wijze die niemand meer is,
is de wijze die vrij is,
want hij heeft zijn bekrompenheid overwonnen.

~ XXIV ~
Elke weg is onweg.
Elk denken is bedenken.
Elk oordeel is vooroordeel.
Elke redenering is posthoc-redenering.
Elk geloof is bijgeloof.
Elke waarheid is starheid.
Elk woord is antwoord
op de vraag: hoe ontstaat de wereld.

~ XXV ~
Onwegen die botsen
maken mensen die denken dat onwegen wegen zijn hitsig.
Ze willen de andere onweg weg
en hun onweg als enige weg.
Consistente mensen zien de betrekkelijkheid niet.
Ze voeren oorlog.

~ XXVI ~
Consistente mensen zijn ongelukkig.
Hun onweg is niet recht.
Ze zondigen dagelijks.
Consistente mensen zien de betrekkelijkheid niet
en worden ongelukkig
omdat hun onweg de weg niet is.

~ XXVII ~
Geluk en ongeluk
zijn de wegwijzers van de onweg.
Ze zijn de onwegwijzers.

De wijze kent geen geluk
maar ook geen ongeluk.
Want hij volgt geen onweg.
Want hij hoeft niet consistent te handelen.

~ XXVIII ~
De wijze volgt geen weg.
Hij gebruikt de formule van de kat.


De formule van de kat
is kritische genegenheid.

Zoals een kat traag om iemand heen loopt,
hem liefkoost en bestudeert,
haar vleit en onderzoekt
en vlucht wanneer die haar wil aaien,
zo ook loopt de wijze op een onweg.
Hij opent zijn hart om alles te ervaren.
Zij opent haar ogen naar alle mooie hoekjes
Maar als de onweg zich om hem wil sluiten,
vlucht ze weg.


Ze is genegen maar kritisch.
Ze vindt alles goed, maar relativeert.
Ze is genegen en kritisch.

De formule van de kat
is de manier van de wijze.

~XXIX ~
De manier van de wijze is geen onweg.
Want de manier van de wijze is geen manier.
De onwijze ziet de manier van de wijze als een manier.
Maar de manier van de wijze
is wel een wijze voor de onwijze
om de manieren van de wijze over te nemen.

De manier van de wijze die beschreven wordt
is niet de manier van de wijze.
De formule van de kat die gedacht wordt
is niet de formule van de kat.

Want de kat denkt niet
en de wijze beschrijft niet.

~ XXX ~
‘De onweg’ is geen weg.
Ze is een brede onweg.
Ze is een onweg want ze is gedacht.
Ze is een onweg want ze noemt.
Ze is een onweg want ze pleit.
Ze is een onweg want ze keurt af.

‘De onweg’ is een boek
dat ertoe kan leiden alle onwegen te verlaten
en te zijn zoals men is.

‘De onweg’ is een onweg.