Het witte paard van Borzee

De plaats was Borzee, denk ik. Een vriendelijk gat ergens in de Ardennen. Ik zoek het opzettelijk niet op, omdat ik mijn onbetrouwbare herinneringen het verhaal wil laten vertellen.

Een kronkelende weg, niet meer dan een wegel, leidde omhoog tussen weides naar het vakantiepark. Ik kan me allang niet meer voorstellen wat dat vakantiepark inhield, maar die weides, vooral de linkerweide als je naar het park toestapte, hebben toch een drolletje gelegd in mijn hoofd. Er stond immers een paard. Een wit paard. En ik was betoverd.

Het maakte niet uit dat het paard geen hoorn tussen haar oren had, dit was een sprookjespaard en ik was er dol op. Tot grote hilariteit van mijn meter en mijn moeder wou ik het ook kopen met mijn spaarcenten. 100 Belgische Frank, alstublieft. Helemaal cash, meteen in het handje.

Alleen… zo bleek het niet te werken. Paarden zijn duur, leerde ik die dag, vast meer dan mijn spaarpotje, en je moest ze ook nog eens ruimte geven om te rennen, te grazen, te rusten… Stallen, hooi en liefst ook nog wat training en onderhoud.

Die dag leerde ik dat wensen in een moment aan flarden kunnen worden geprikt en dat je die beter opbergt in het mapje der dromen. Ik kaderde thuis toch een foto van een paard in tot ik het jaren later zou vervangen door een tekening van het monster van Frankenstein. Van onbereikbare droom tot zachtmoedige nachtmerrie.

Ik zou later wel nog met paarden in contact komen. Mijn tweede partner had twee prachtige Shire-paarden en daar mocht ik af en toe op rijden. Lees: zitten terwijl de paarden stapten. Ik verkeer niet in de waan dat Lady of Jerom deden wat ik wou. Ik wou wat zij deden. Ik was dol op die dieren. Ook al hadden ze geen hoorn tussen hun oren.

En nu, nog eens zoveel jaren later maakte ik een paar schilderijtjes. Je ziet ze hierboven. Zomaar, dacht ik. Ik haalde mijn inspiratie gewoon bij wat mooie prenten. Dacht ik. Ik postte de schilderijen online en toen reageerde mijn moeder: “Als herinnering aan je witte paardje van weleer Fran?” En plots waren de schilderijen geen gewone vingeroefeningen meer. Ze herleidden me in een tel weer tot dat paardenmeisje in Borzee. Dat paardenjongetje in Borzee. Tot een wensdromende hummel met 100 Belgische Frank.

Gedragsbeïnvloeding: dit zijn de 6 trends voor 2020

Naarmate het einde van het jaar nadert zijn we massaal aan het terug- en vooruitblikken. Reden genoeg om weer eens stil te staan bij de ontwikkelingen in ons vakgebied. Wat opvalt is dat de populariteit van gedragsinzichten nog steeds hard blijft groeien. Waar gedragsexperts een aantal jaar geleden nog vaak moesten pleiten voor het belang van de toepassing van deze inzichten, is dat nu -zeker bij overheden- absoluut niet meer nodig. Dát we er iets mee moeten, daar zijn we het allemaal wel over eens. De grote vraag die bij velen echter nog open blijft staan is: Hoe? Ook daar komen we gelukkig steeds verder in. 

Wat kunnen we in 2020 verwachten op het gebied van gedragsbeïnvloeding? Welke uitdagingen en ontwikkelingen komen we tegen? In dit artikel delen we onze voorspellingen met je, in de vorm van de zes belangrijkste trends in gedragsbeïnvloeding van 2020:

Trend 1: Thinking outside the bordjes

Op de een of andere manier komen we bij het ontwikkelen van een gedragsstrategie vaak uit op middelen als bordjes of posters. Toegegeven: dat is ook wel erg handig. Zeker bij plaatselijke problematiek kun je de boodschap simpelweg samenvatten op een bord en het daar plaatsen waar de beslissing genomen wordt. Waar we echter voor moeten oppassen is dat het volledige straatbeeld straks gevuld is met bordjes. Dat we onderzocht hebben dat een bord met strenge ogen een positieve bijdrage levert aan sociaal wenselijk gedrag, betekent niet dat we op iedere hoek van de straat een bord met ogen willen hebben. Het gaat immers niet om het bord en de vormgeving ervan, maar om het werkzame principe dat erachter zit. 

Hoe meer bordjes we plaatsen, hoe minder ze namelijk opvallen. Bovendien verliest een te vaak herhaalde boodschap na verloop van tijd zijn effect. Ook wordt het met de opkomst van boosting als visie op gedragsverandering steeds relevanter om maatregelen te ontwikkelen die niet op één plek effectief zijn, maar leiden tot een algemene en duurzame verandering door van ‘binnenuit’ te werken en mensen handvatten te geven om de juiste keuzes te maken. De uitdaging voor gedragsexperts in 2020 zit er dan ook in om gedragsstrategie creatief te vertalen naar de praktijk, en niet alleen de meest voor de hand liggende tools te gebruiken.

Trend 2: Preventieve gedragsverandering

Vorig jaar zagen we al een voorzichtige verschuiving van pilots naar beleid. Ook komend jaar gaan we dat veel zien, in de vorm van preventieve gedragsverandering. Gedragsexperts worden nu vaak nog ingezet bij situaties waar een gedragsprobleem ontstaan is. We bekijken dan welke factoren het probleemgedrag veroorzaken en ontwikkelen op basis daarvan een passende oplossing. Hoewel gedragsveranderaars gek zijn op problemen oplossen, ligt onze échte uitdaging in het voorkomen in plaats van genezen.

Hoe? Door juist op voorhand al gedragsexpertise te betrekken, bijvoorbeeld bij de ontwikkeling van beleid en het doorvoeren van belangrijke veranderingen. Zo kan een beleidsmaker bijvoorbeeld een subsidieregeling opnemen in een beleid, maar zou je eigenlijk eerst vanuit de gedragswetenschap willen bekijken of dat wel de meest effectieve maatregel zal zijn. Hoewel we vooraf natuurlijk niet exact kunnen voorspellen hoe mensen ergens op gaan reageren, kunnen we de kennis die we opdoen uit pilots wel al inzetten om een gedragsgerelateerd probleem te voorkomen of te verminderen. Door vooraf al aandacht te besteden aan menselijke drijfveren voorkomen we dat we missers maken en creëren we een goede basis voor kansrijke gedragsinterventies. 

Trend 3: Beleving als bouwsteen voor duurzame gedragsverandering

Het is jarenlang een beetje het vergeten kindje van gedragsverandering geweest: beleving. Op de een of andere manier heeft dat onderdeel in de marketing wél steeds meer aandacht gekregen, maar is dit (in onze beleving) bij gedragsprojecten juist achtergebleven. Veel projecten focussen zich op het teweegbrengen van bepaald gedrag. We willen bijvoorbeeld dat mensen hun rekeningen op tijd betalen, voor een ander vervoermiddel kiezen of hun aandacht op de weg houden. Om ervoor te zorgen dat mensen hun nieuwe gedrag volhouden is het echter belangrijk dat mensen het nieuwe gedrag ook positief beleven. Je wil bijvoorbeeld dat ze hun nieuwe gedrag koppelen aan hun eigen identiteit, of dat ze er een positief gevoel aan overhouden.

Eigenlijk zouden we hier nog een stap dieper in moeten gaan door het onderscheid te maken tussen bijvoorbeeld de verwachte beleving, die bepalend is in de beslissing om nieuw gedrag te initiëren, en de herinnerde beleving, die ervoor zorgt dat we nieuw gedrag willen herhalen. Met een positieve beleving versterken we intrinsieke motivatie, de basis voor duurzame gedragsverandering. Bezig met een gedragsveranderingsproject? Vraag jezelf dan niet alleen af hoe je ervoor zorgt dat mensen iets gaan doen, maar ook hoe je een beleving creëert die zorgt dat mensen het blijven doen.

Trend 4: Van losse flodders naar integrale aanpak

Waar gedragsinzichten voorheen meestal sporadisch werden toegepast, komt er nu een tijdperk waarin het een gewoonte gaat worden. Dat juichen we natuurlijk van harte toe, maar het brengt ook weer nieuwe uitdagingen met zich mee. Wat je ziet gebeuren is dat veel verschillende, aan elkaar gerelateerde gedragsproblemen als losse ‘eilandjes’ worden opgepakt. Zo kun je bijvoorbeeld als inwoner van een gemeente de ene dag een brief krijgen die je vertelt hoe belangrijk het is om je huis te isoleren, de volgende dag genudged worden om wat korter te douchen en de dag daarna door een promotiemedewerker worden aangesproken om alle tegels uit je tuin te slopen. In sommige gevallen is er wel een connectie tussen de projecten, maar in het algemeen ontbreekt het vaak aan langetermijnvisie. 

Wat we steeds meer gaan zien is dat de verschillende afzonderlijke gedragsvraagstukken neergezet worden als onderdeel van een groter meerjarenplan, waarvoor een grotere, overkoepelende strategie ontwikkeld wordt. Die grotere strategie vereist meer geduld, maar maakt het mogelijk om gedragsverandering op een meer organische en logisch opgebouwde wijze te realiseren. Dat vraagt echter om denken op een grotere schaal en het betrekken van meerdere verschillende verschillende disciplines. Één van de uitdagingen voor gedragsexperts in 2020 wordt dan ook om te kijken hoe verschillende, gerelateerde vraagstukken integraal opgepakt kunnen worden zodat we op de langere termijn een groter effect halen.

Trend 5: Meten is weten

Hoewel gedragsonderzoek de belangrijkste bouwsteen vormt voor het creëren van inzichten, worden nog veel gedragsinterventies niet onderzocht op effectiviteit. Al jaren blijven alle gedragswetenschappers hierop inzetten, en inmiddels lijkt er een verandering op gang te komen. Steeds vaker wordt bij de ontwikkeling van een maatregel ook de vraag gesteld om het effect te meten. Overheden en bedrijven leren steeds meer over de geschikte methodes om vast te stellen of een gedragsmaatregel effect heeft gehad en kunnen daarom ook de juiste kritische vragen aan de bureaus stellen. Ook wordt er steeds meer kennis over gedragsonderzoeken gedeeld, bijvoorbeeld op congressen of via platforms waar de rapporten worden gepubliceerd.

Dit is één van de meest positieve ontwikkelingen binnen de gedragswetenschap, maar ook een grote valkuil. Waarom? Omdat we hiermee snel veel meer inzichten krijgen in wat wel en niet werkt, maar ook de neiging hebben om alleen dat te testen wat we gemakkelijk kunnen meten. Zeker als je het hebt over een langetermijnstrategie zijn er nog niet veel methoden die daar een effect van kunnen vaststellen. Bovendien heb je er een behoorlijk lange adem voor nodig. Een andere valkuil is dat we alleen nog evidence-based gaan werken, in plaats van science-based. Dat wil zeggen dat we enkel de interventies toepassen die bewezen effectief waren, en het achterliggende principe uit het oog verliezen. We bereiken pas échte vooruitgang als we beide doen, en goed gedetailleerd wetenschappelijk onderzoek blijven doen naar wat werkt, terwijl we ook nieuwe, grootschalige strategieën blijven proberen op basis van achterliggende principes. 

Trend 6: De gedragsminded organisatie

Steeds vaker zien we vacatures verschijnen van grotere organisaties die op zoek zijn naar gedragswetenschappers om hun team te verrijken. Daar worden we ontzettend blij van. Dit zijn namelijk de eerste stappen om een gedragsminded organisatie te worden, een organisatie die handelt vanuit kennis over het ontstaan en beïnvloeden van gedrag. Nu er steeds meer organisaties zijn die wel eens gebruik maken van gedragsinzichten, gaan de pioniers hier nog een stap verder in. Daarvoor is een structurele inbedding van gedragsinzichten in een organisatie nodig. Het mag in 2020 wat verder gaan dan af en toe wat gedragsinzichten inzetten. In het nieuwe jaar werken we toe naar gedragsmindedorganisaties, die de mens en haar drijfveren altijd centraal weet te stellen bij het ontwikkelen of uitvoeren van beleid.

Hoe we dat gaan bereiken? Door nóg meer kennis over gedragsinzichten te delen en te zorgen dat het zich als een soort olievlek verspreidt. Een organisatie is gedragsminded als vrijwel iedereen in de organisatie zichzelf op regelmatige basis tenminste afvraagt welke aannames over gedrag er gemaakt worden, of gedrag op dat moment genoeg meegenomen worden en zo niet, hoe de juiste gedragsinzichten betrokken kunnen worden. 

Eervolle vermelding: de kracht van de afzender

Hoewel het waarschijnlijk nog even gaat duren voordat we hier écht op inzoomen, vinden we deze toch de moeite waard om te delen. We leven in een wereld waar we te maken krijgen met fake news en waar er dagelijks ontelbaar veel boodschappen van ontelbaar veel afzenders op ons afgevuurd worden. Dat zorgt ervoor dat we steeds beter moeten nadenken over wie we als afzender van een boodschap kiezen en hoe we deze afzender neerzetten. Het is hierbij belangrijk dat we kijken naar de factoren die bepalen of we een afzender vertrouwen én of deze afzender ons ook op de juiste manier beïnvloedt. Zo kunnen jonge vloggers tegenwoordig al meer invloed hebben dan autoriteitsfiguren, en zien we in nieuwsartikelen door de bomen het bos niet meer. Wie is dan de juiste afzender voor welke doelgroep en voor welke boodschap? Dat is iets waar steeds meer onderzoek naar wordt gedaan, en wat we hopelijk in ons trendartikel voor 2021 kunnen opnemen ;-). 

Dat waren ze! De zes trends in gedragsbeïnvloeding (en een eervolle vermelding) op een rijtje. Herken jij bovenstaande trends? En welke zou je nog willen toevoegen?

 

De 30 verzen van De Onweg

In de lente van 1985, ik was toen 20, mijmerde ik me gek over waarheid en waarden. Wat is? Wat moet? Waar eindigt de kijker, waar begint de wereld? Wekenlang hield ik een boekje bij waarin ik die mijmeringen in de stijl van de Tao-Te-Tjing neerschreef.
Meer dan dertig jaar later kreeg ik ze weer in mijn handen en kon ik ze eigenlijk nog wel smaken. Ik zou ze vast anders schrijven nu, maar interessant vind ik ze nog steeds. Jij ook?

~ I ~
Een bloem wordt bloem genoemd
en een vogel vogel.
Maar wat bloem genoemd wordt
is slechts bloem
en wat vogel genoemd wordt
is slechts vogel.
Daarom kan de mens de vogel niet vangen
en de bloem niet plukken.
Alleen noemen kan de mens.

~ II ~
In het begin was er niets.
In het begin was er geen begin.
En het niets werd,
want het niets werd genoemd.
En het niets werd iets.
De mens maakte het iets.
De mens maakte de wereld,
want de mens noemde de wereld.

~ III ~
Een wereld zonder naam
is geen wereld van mensen.
Een wereld met naam
is geen wereld die is.

~ IV ~
Er is alleen de wereld die genoemd wordt.
De weg van het noemen is geen weg.
De weg van het noemen is onweg.
Want de weg van het noemen is de weg van de schijn.

~ V ~
De onweg toont geen Waarheid.
De onweg toont geen Leugen.
De onweg maakt de waarheid.
De onweg maakt de leugen.
De onweg vernielt de waarheid.
De onweg vernielt de leugen.
De onweg is schepper en vernieler van alle wezen.

~ VI ~
Wie de onweg verlaat, vindt geen weg meer
Want de onweg is de enige weg.
Wie de onweg volgt, denkt een weg gevonden te hebben.
Maar de onweg is geen weg.
Wie de onweg volgt, bedriegt zichzelf.
Wie de onweg verlaat, is maar van één iets zeker:
dat ze maar van één iets zeker is.

~ VII ~
Wie iets zegt over mensen
zegt iets. Misschien over mensen.
Wie iets zegt, vernietigt het,
want hij volgt de onweg.
Wie iets zegt, maakt het,
want hij volgt de onweg.
Wat gezegd wordt,
is een nieuwe wereld
en een oude vernield.

Wie wat ook zegt over wat ook waneer:
het is interpretatie.

~ VIII ~
Er is maar één onweg
maar die gaan allemaal een andere kant op.

~ IX ~
Elke mens heeft een onweg.
Elke mens heeft een andere onweg.
Elke mens gaat een andere kant op.

~ X ~
Elk denken is noemen.
Elk denken is interpreteren.
Elk denken is maken.
Elk denken is vernielen.
Elk denken is onweg.

~ XI ~
Wat is, hoeft niet te zijn.
Wat niet is, hoeft niet niet te zijn.
Iets bestaat maar bij gratie van anderen.
Iets bestaat maar voor iemand.

~ XII ~
Het ultieme goed is het ultieme slecht.
Er is geen goed. Er is geen slecht.
Ik maak mijn goed. Ik maak mijn slecht.

Goed en slecht zijn kiezelstenen op een onweg:
ze vormen de weg en doen alsof die ergens heengaat,
maar uiteindelijk
doen ze alleen de voeten pijn.

~ XIII ~
Ja en nee zijn onweg.
De uitersten van een lijn.
Zijn punten op een cirkel.
Ze lopen in elkaar over.

Er is geen ja en nee.
Er is geen zwart en wit.
Er is geen links en rechts.
Er is geen man en vrouw.
Er is geen goed en slecht.
Ze lopen over in elkaar.
Proberen ze te splitsen is onweg.

~ XIV ~
Alles is één
en alles is vele
en alles is niets.

Er is geen verschil.
Er is geen gelijkheid.
Gelijk en verschil zijn namen.

~ XV ~
Er is geen begin.
Er is geen oorzaak.
Er is geen einde.
Er is geen gevolg.
Er is alleen wat is.
Soms.

~ XVI ~
Onwegen zijn niet nutteloos.
Dit wil zeggen: ze kunnen een doel bereiken.

Doelen echter zijn nutteloos.
Want er is geen doel voor hen
behalve het doel
dat door de onweg gepredikt wordt.

~ XVII ~
In het begin was er Angst.
En de Angst werd niet genoemd.
De Angst was onnoembaar.
De Angst is onnoembaar.

De mens voelde de Angst.
En de mens vluchtte de Angst.
Hij noemde de Angst om de Angst te vluchten.
Zo maakte de mens de onweg.

~ XVIII ~
De mens heeft smaak
want de mens heeft Angst.

Dus kiest de mens dat wat hij gewoon is.
De mens kan zijn onweg niet verlaten.
Hij is bang dat zijn onweg niet de weg is.
En terecht.

Smaak is zelfverdediging.

~ XIX ~
De onweg doet handelen.
Maar de wijze handelt niet volgens de onweg.
De wijze houdt zich bezig met wat haar bezighoudt.

~ XX ~
De wijze doet niets slecht.
De wijze doet niets goed.
En toch doet de wijze.
De wijze gaat nergens heen.
Dus kan ze niet verkeerd lopen.
En ook niet juist.

~ XXI ~
Er waren eens drie mensen.
De eerste ging altijd op zijn onweg,
want hij wist niet wat hij deed.
De tweede ging af en toe op onwegen,
want hij wist wat hij deed.
De derde ging nooit op een onweg,
want hij wist niet waarom hij dat moest doen.

~ XXII ~
Ik predik inconsistentie.
Er is geen goed of slecht.
Waarom dan wroeging als je een onweg verlaat?
Wroeging wijst op onweg
maar niet op onwegen.
Ze is betrekkelijk.

Consequentie en consistentie zijn gevaarlijk.
Ze doen het betrekkelijke vergeten.

~ XXIII ~
Welke weg je ook neemt, het is onweg.
Hoe ontwijk je dan de onweg?
Door geen enkele weg te nemen ofwel allemaal.
Zie, daar is de weg van de wijze.
Hij volgt geen weg, maar gaat waar hij gaat.
en doet wat hij doet.
De wijze doet niet door alles te doen.
De wijze gaat nergens door overal te zijn.


De wijze volgt geen weg
en probeert alle onwegen goed te vinden.
De wijze weet dat goed en slecht
de uitwerpselen zijn van zijn bekrompenheid.
De wijze die niemand meer is,
is de wijze die vrij is,
want hij heeft zijn bekrompenheid overwonnen.

~ XXIV ~
Elke weg is onweg.
Elk denken is bedenken.
Elk oordeel is vooroordeel.
Elke redenering is posthoc-redenering.
Elk geloof is bijgeloof.
Elke waarheid is starheid.
Elk woord is antwoord
op de vraag: hoe ontstaat de wereld.

~ XXV ~
Onwegen die botsen
maken mensen die denken dat onwegen wegen zijn hitsig.
Ze willen de andere onweg weg
en hun onweg als enige weg.
Consistente mensen zien de betrekkelijkheid niet.
Ze voeren oorlog.

~ XXVI ~
Consistente mensen zijn ongelukkig.
Hun onweg is niet recht.
Ze zondigen dagelijks.
Consistente mensen zien de betrekkelijkheid niet
en worden ongelukkig
omdat hun onweg de weg niet is.

~ XXVII ~
Geluk en ongeluk
zijn de wegwijzers van de onweg.
Ze zijn de onwegwijzers.

De wijze kent geen geluk
maar ook geen ongeluk.
Want hij volgt geen onweg.
Want hij hoeft niet consistent te handelen.

~ XXVIII ~
De wijze volgt geen weg.
Hij gebruikt de formule van de kat.


De formule van de kat
is kritische genegenheid.

Zoals een kat traag om iemand heen loopt,
hem liefkoost en bestudeert,
haar vleit en onderzoekt
en vlucht wanneer die haar wil aaien,
zo ook loopt de wijze op een onweg.
Hij opent zijn hart om alles te ervaren.
Zij opent haar ogen naar alle mooie hoekjes
Maar als de onweg zich om hem wil sluiten,
vlucht ze weg.


Ze is genegen maar kritisch.
Ze vindt alles goed, maar relativeert.
Ze is genegen en kritisch.

De formule van de kat
is de manier van de wijze.

~XXIX ~
De manier van de wijze is geen onweg.
Want de manier van de wijze is geen manier.
De onwijze ziet de manier van de wijze als een manier.
Maar de manier van de wijze
is wel een wijze voor de onwijze
om de manieren van de wijze over te nemen.

De manier van de wijze die beschreven wordt
is niet de manier van de wijze.
De formule van de kat die gedacht wordt
is niet de formule van de kat.

Want de kat denkt niet
en de wijze beschrijft niet.

~ XXX ~
‘De onweg’ is geen weg.
Ze is een brede onweg.
Ze is een onweg want ze is gedacht.
Ze is een onweg want ze noemt.
Ze is een onweg want ze pleit.
Ze is een onweg want ze keurt af.

‘De onweg’ is een boek
dat ertoe kan leiden alle onwegen te verlaten
en te zijn zoals men is.

‘De onweg’ is een onweg.

Tussen de gaten van mijn geheugen

Bij de opening van het academisch jaar ’84-’85 gaf ik mijn eerste universitaire lezing. Het was als grap bedoeld. Ik was kringverantwoordelijke en zou een nep-les geven aan de nieuwe eerstejaars. De psychologische kring wees dooprituelen toen al resoluut af. Verder dan een nep-les gingen we niet. Dat ik zelf pas een tweedejaars was en een heel onwaarschijnlijke professor moest voorstellen, vonden we blijkbaar geen bezwaar. Dit werd lachen. Alleen… ik liet me meeslepen en bedacht een echte les, met een echt onderwerp dat me toen al mateloos boeide. “Wij”, zo begon ik de les. “zijn ons geheugen. En het ding deugt langs geen kanten.”

Vijfendertig jaar later ben ik het er nog altijd mee eens. Dat moet wel, want ik heb de herinnering vast bijgekleurd zodat ze past bij mijn huidige ideeën en gedragingen. Toen al vertrouwde ik mijn geheugen niet en nu zo mogelijk nog minder. En toch, zo besefte ik, zijn we veroordeeld tot dat geheugen. We hebben nauwelijks een direct contact met ons leven, met dat opgehemelde ‘nu’. “Er is geen ‘nu’,” oreerde ik, “Nu is altijd net weg. Datgene waar je mee omgaat, is een herinnering aan een serie gewaarwordingen gefilterd door een ouder set fluïde maar kristalliserende herinneringen en patrooninducerende narratieven.”

“Dit wil ik voor altijd onthouden”

Oh, we kunnen wel zorg dragen voor ons geheugen. Dat besef ik. Maar dat spreekt het probleem niet tegen, het bevestigt het net: ons geheugen is stuurbaar en dus onbetrouwbaar. Voor elke herinnering die ik bewust verwoord en zorgvuldig heb opgeslagen – met wisselend succes overigens – heb ik er duizenden onbewust op een compleet toevallige, achteloze wijze in een hoek gegooid.

Op een bepaalde middag diezelfde maand stond ik op een rotonde in de buurt van de Lovensveldstraat in Kesselo uit te kijken in de richting van een supermarkt. Kan ik dit beeld inprenten, vroeg ik me af. Kan ik dit zo goed in me opnemen dat ik het decennia later weer kan oproepen? Een uur lang heb ik daar gestaan. Dat had ik mezelf opgedragen. Ik zou ook zo weinig mogelijk verwoorden, maar vooral het beeld proberen op te slaan.

Zonet heb ik mezelf voor het eerst in al die tijd toegestaan om met Google Maps na te gaan of het beeld dat ik me nog herinner wel strookt met de realiteit… Ik had nog wel een ‘weide’, ’rotonde’, ‘open ruimte’ en ‘supermarkt’ in gedachten, maar die stonden niet op de plaats waar ik me herinner en zagen er ook helemaal anders uit. Nu is er wellicht wel wat veranderd aan de omgeving, maar de supermarkt zal vast niet verplaatst zijn naar de overkant van de straat. Het opmerkelijkste is echter dat ik enkel de verwoordbare dingen min of meer kon oproepen. Wat ik niet verwoord heb, was uitgewist.

Een woord, een anker

Ik geloof nogal in het bouwende en verbindende belang van narratieven: verwoorde connecties van ideeën, beelden, gevoelens, handelingen, betekenissen… We onthouden narratieven veel makkelijker, omdat ze enerzijds – dit is trouwens nattevingerwerk, hoor, geen wetenschappelijk betoog – associatief veel ankers uitgooien en anderzijds emoties kunnen oproepen die de geheugensporen versterken. Elke woord kan een pak associaties in zich dragen en is zo een stevig anker; emoties zijn de klimplanten die rond de ankerlijnen kronkelen en ze vaak organisch lijken vast te zetten, maar vaak ook verhullen.

Begrijp me niet verkeerd, ik weet ook wel dat een madeleine een verloren tijd weer kan laten opduiken. Een melodie kan een hele sfeer oproepen en een oude foto trekt een blik aan herinneringen open, ja, een geheugenpaleis kan boeken vol informatie bevatten… Maar narratieven maken het toch hanteerbaarder. Een goed geheugenpaleisbouwer zal overigens niet die ene telefoon met dat kleur en die stekker op dat kastje zetten om een bepaalde associatie op te roepen. Een algemeen idee van telefoon kan vaak volstaan. In de tekening hieronder tekende ik niet per se de televisie, of de bank, of het tapijtje waarmee ik ben opgegroeid. Ze volstaan om de associatie op te roepen via enkele in mijn hoofd verwoorde en zo verankerde elementen. Zelfs het wit-met-rode jurkje dat meermaals op de prent terug komt, klopt niet. Ik vermoed niet dat ik dat ooit heb aangetrokken. Wiske had dat jurkje en Wiske was ook prominent aanwezig in mijn jeugd, maar dat was niet het jurkje dat ik zo vaak bij mijn nicht ging lenen. Als ik mij niet vergis, was dat monochroom rood of roze. Maar wellicht vergis ik me.

Een tekening van een huidig verleden

De tekening die ik deze week maakte, is dan ook geen tekening van mijn jeugd. Die kan ik niet maken. Mijn herinnering aan mijn jeugd zit vol gaten en wat tussen de gaten in hangt, is bijgekleurd, aangedikt, geselecteerd en misschien onbewust maar wel doelgericht gefilterd om beter te passen in een huidig zelfbeeld. Mijn therapeute vroeg me om de kleine Franky te tekenen. Verder dan dit geraak ik niet.

Het ziet er pijnlijker uit dan het was, vermoed ik. Ik had helemaal geen droevige jeugd, denk ik. Ik was heel blij en heel vaak onbezorgd gelukkig. Een paar kleine kiezels zijn echter in mijn sokken blijven steken en zijn zo tussen mijn tenen geraakt waar ze wondjes hebben veroorzaakt die zijn gaan etteren en die decennia later littekens opleverden. Ik heb het er de voorbije therapeutische sessies vaker met mijn therapeutes over gehad en ik vermoed dat het praten de littekens steeds groter maakt eerder dan ze weg te werken. Wat je benoemt, krijgt massa. Wat je benoemt, wordt verankerd en wordt herinnering. Omgaan met jeugdherinnering is dan ook altijd een creatie van een nieuwe jeugd in een huidig verleden.

Wat probeer ik dan eigenlijk te verwerken tijdens die sessies, vraag ik me af. De gecreëerde jeugd of de stiften die ik hanteer om die jeugd bij te kleuren? Best lastig wanneer je beseft dat ook die stiften zijn aangeboden door gecreëerde en bijgekleurde herinneringen… Het tapijt rafelt uiteen wanneer je aan een los draadje gaat trekken. Als ik mijn geheugen ben, en mijn geheugen is een onbetrouwbare constructie… wat zegt dat dan over mij?

Ja, dat zou lachen worden, die nep-les, dachten we vooraf. Maar ik liet me meeslepen. Het werd de ernstigste lezing van mijn leven.

Moving to Watopia

I am considering moving to Watopia, maybe rent an apartment in the Italian Village or in the Spruce Goose if it’s for hire. I could work from there, logging into the real world from time to time if I really have to.

I live in Breda, the Netherlands, now with my two little robots, R2D2 and BB-8. I’m a Belgian by birth and still work a lot for Belgian customers. I started out as a copywriter in the early nineties and since then I’ve made television programs, wrote children’s books, developed musea, created a behavior change model that is used by the Belgian government, worked in a factory, advised that government and several cities on all sorts of topics, been a spokeswoman for LGBT rights, chief editor for magazines… and I’m always surrounded by computer screens. I love computer screens.

Yet I knew I had to get this body moving. It tends to start looking like a hump of meat with bones sticking out, and since I do need to go amongst the living from time to time, I do have to take care of it at least a little. I am not a sportive woman. Ever since I was little I dreaded sports. I was clumsy, short of breath, too heavy and I have problems with depth perception. Don’t throw the ball at me. The only movement I did enjoy, was sitting on a bike. Not that I could ride very fast. I couldn’t. I can’t. But I thought it was fun.

When I turned 35 I got a racing bicycle. A Kuota Kharma. I have no idea whatsoever if that’s a fine bike or a piece of rubbish. I liked the color. So I started riding. And I kept on riding. I rode the Tour of Flanders ten times – the abbreviated version, mind you, and I took my time. I even started climbing. Up the Alps, up the Tourmalet. And I went down as well. Having no depth perception is a bummer on a bike as well. I would advise against it. You get the urge to bump into things, into people and steer off cliffs. After my last earthward plummet, I decided to stop biking all together.  I seem to have at least a minimal sense of self-preservation.

I had pondered selling my faithful Kharma when I read about Zwift. A virtual world? Where you can bike without falling? Where no one laughs at you because you’re slow or because you look weird? Sounds like my kind of place. I got there last year, but it didn’t stick. I was overwhelmed, I supposed. I tried again this year during the Tour de France, and obliged myself to ride whenever the pros were entering the last 40 km. And that’s when I got the taste of it. I started liking the fun and the pain. And I didn’t fall anymore. Yes, I know how to fall with my Tacx. At first, every time I descended a Zwifty hill or another rider came too close, I panicked and jerked myself to the ground. But by the end of the Tour I got used to the whole experience… and I loved it. I loved the scenery, the routes, the sweat, the heightened heartbeat… and the lowered body weight. But what would I do now the Tour had crowned the Welshman?

Zwift Academy to the rescue! I jumped from joy when I read the announcement. There was such a thing as an Academy! With challenges! Workouts! Group rides! Even races! I could be a genuine racer! Yeehaw! I started picturing myself as Marianne Vos, Annemiek Van Vleuten and Anna van der Breggen all rolled into one, weight and age included.

And it was fun. It hurt like hell, but it was bliss. I loved it. And the weirdest part was all the people who started saying: Ride On. I am not a sentimental girl, but I do admit that I got emotional. A professional rider like Leah Thorvilson took her time to answer our questions and gave us tips and cheered us on. This was a new world and I loved it. And I grew thinner. I haven’t been this thin in ages.

And so, I started sharing my joy, my amazement and the wonder I experienced in the only way I know: with silly words and drawings. In that way I wanted to give something back to all the people who have given so much to me, adding on the experience. For slow people like me, it isn’t about the first prize or the fastest lap, it’s about the wonder. Watopia is a wonderful place and a wonderful experience where even silly me can feel like a superhero on wheels. Watopia has been my holiday destination, a place where I have spent several dreams. I talk about it to whomever I meet. I have even incorporated it into a speech I need to give to Flemish government officials. It is changing me. I am becoming a better person; I even start thinking that I might get better at biking as I get fitter. I will try out the other workouts and plans… and then I’ll move in to Watopia. My bags are packed.

(This text appeared first in Zwift Insider)

De verleidelijke bijziendheid van de eenvoud

Deze blog verscheen eerder bij Shiftgedrag.nl.

Alles zou zo eenvoudig mogelijk moeten gemaakt worden, maar niet eenvoudiger”, zou ene meneer Einstein ooit gezegd hebben. Klinkt heerlijk helder, nietwaar? Toch moet ik bekennen dat ik er regelmatig mee worstel. Wanneer is iets eenvoudig genoeg? Wanneer is het net te eenvoudig? In gedragsveranderingsmiddens wordt de fraaie maxime overigens vaak nog bijgeknipt tot het EAST-principe “Make it Easy”. Terecht of niet? Eenvoud helpt om te mobiliseren. Eenvoud maakt hanteerbaar en schenkt de toehoorder zelfvertrouwen. “Dat zal ik kunnen. Dat begrijp ik nog.” Het lijkt een belofte in te houden dat ik ook het vervolg nog wel meester zal kunnen. Ik haak nog niet af. Eenvoud wekt een verwachting, en daar zijn we best blij mee, want verwachting zet de motor in werking.

Belofte maakt schuld

Alleen… verwachting botst ooit op inlossing. Het voorgespiegelde beeld wordt ooit getoetst op een werkelijkheid. Neem de trap, neem de fiets, neem de vegetarische maaltijd wordt dan kreunend de kille trap op, tegen de wind in door het verkeer laveren en happen in die groenten en noten. Hopelijk voldoet de beleving aan de verwachting of overstijgt ze die nog. Geen vuiltje aan de lucht dan. Dan slaan mijn hersenen de beleving op, vrolijk bijgestaan door wat endorfine, dopamine en anandamine.

Is de beleving heel anders dan de verwachting, dan kan het ook nog meevallen. Misschien herinnert de persoon in kwestie zich de geschetste verwachting niet meer precies, of had die deze al wat naar beneden bijgesteld of misschien voldoet de beleving net op een heel onverwachte andere wijze. Weerom blijdschap alom. Maar vaak, al te vaak, valt de beleving tegen. Misschien omdat we zelf niet genoeg aandacht hebben besteed aan het uittekenen en invullen van de beleving, maar net zo vaak omdat de werkelijkheid nu eenmaal veel complexer en veelzijdiger is dan we hadden voorgespiegeld. En dan oogsten we
ontgoocheling. Ook die slaan we op in de hersenen, maar dan onder het kopje niet voor herhaling vatbaar.

De bedrieglijke verwachting van de eenvoudige nudge…

Ik worstel er vooral mee wanneer instellingen of overheidsdiensten me vragen om een introductie te geven over gedragsverandering. Ik krijg dan een uur, soms een half uur maar soms ook mag ik een workshop van een hele dag de toehoorders bijspijkeren in gedragsinzichten. Een vijfjarige opleiding gebald in hooguit acht uur met de verwachting dat we voortaan met zijn allen en met kennis van zaken gaan nudgen.
En ik doe het. “Gedrag veranderen? Denk EAST!” “Zeven handvaten, zeven E’s!” Ik stel het overzichtelijk eenvoudig voor en geniet vervolgens van de opgeluchte blikken in het publiek. Een voorstelling gelardeerd met voorbeeldjes. Een schaal vol voorgesneden stukjes fruit die mensen weghoudt van die plakken cake. De default printerinstellingen op dubbelzijdig printen want je doet echt geen moeite om die weer op enkelzijdig te zetten. De een welgemikte zin over de sociale norm die me er op mijn hotelkamer toe verleidt om de handdoeken nog een dag langer te gebruiken…

… en de complexe realiteit van het beleid

Het publiek applaudisseert. Voortaan wordt alles makkelijker. Nu zal mijn bewoner-burger- klant-cliënt-patiënt-… eindelijk dat gewenste gedrag gaan stellen. We hebben maar 4 (EAST) of hooguit 7 (7E’s) lettertjes nodig.

Tot ze weer op kantoor komen en de grootse vragen overrompelen. Dan gaat het vaak niet meer over het kiezen voor een enkel stukje fruit in dat ene bedrijfsrestaurant, of het nemen van net die ene trap in dat ene gebouw. De vragen die ze op mijn bord krijgen zijn dingen als ‘verhoog de interne milieuzorg van onze organisatie’, ‘ontwerp een mobiliteitsvisie voor de stad’, ‘pak sluikstorten aan’, ‘haal de klimaatdoelstellingen’. Die vragen zijn prangend. De overheid die ze stelt, wacht niet op een oplossing met duct tape die een detail in het grote geheel zal bijkleuren. Ze willen een groot plan van aanpak. En die schrijf je niet met vier letters. Vaak hoor ik dan ook al ontgoocheling als het over nudge of gedragsinzichten gaat. “Daar kunnen we op ons departement niks mee. We hebben dat geprobeerd.” En gecatalogeerd onder niet voor herhaling vatbaar.

Voorbij nudge: op naar een strategische gedragsaanpak

Begrijp me niet verkeerd. Die eerste, vereenvoudigde gedragsinzichten zijn belangrijk. Die visie op de mens als meer dan rationeel kiezer is handig en nodig, maar de nudge-, east-, basic- en andere gedragsmodelantwoorden zijn vaak te bedrieglijk eenvoudig, denk ik. Volstaan die wel? Hebben we niet meer nodig?
Zeker bij complexe thema’s hebben we nood aan een brede blik en lange termijnvisie, nood aan strategische aanpak die zich niet beperkt tot het bundelen van ideetjes en die meer wil zijn dan de som der delen. We hebben nood aan inzichten en werkwijzen die de complexiteit omarmen en daar handvaten voor bieden. Bij vraagstukken die zich over decennia uitsmeren – en dat zijn zowat alle grote uitdagen van deze tijd – willen we methoden die kijken naar de cumulatieve effecten, naar exponentiële factoren, waarbij je vandaag keuzes maakt die al een basis leggen voor een campagne die we over vijf jaar voeren en die op zijn beurt de daaropvolgende zal initiëren. We willen niet elke keer opnieuw dezelfde campagne opzetten maar met andere beelden en een andere ‘creatieve look & feel’. We willen strategisch vooruitblikken.

Strategic units, anyone?

Nu we allemaal nudge units aan het verzamelen zijn en de private sector al een gedragsversnelling hoger schakelt, blijft de vraag naar strategisch gedragsdenken bij complexe vraagstukken nog grotendeels onbeantwoord, lijkt me. Misschien denken we dat het langetermijndenken wel nog aan de natte vinger kan worden overgelaten, of misschien hopen we dat morgen wel voor zichzelf zal zorgen als wij maar goed genoeg omgaan met vandaag? Ik weet het niet. Ik weet ook niet of er overheidsdiensten, organisaties en instellingen zoiets hebben als wetenschappelijk onderbouwde strategische units. Maar als die er niet zijn… moeten we ons daar dan niet over buigen. En de eenvoud aanvullen met complexiteit?

Het plezier van orde en wanorde

Een van de grote geneugten van een rijk gevulde boekenkast is dat je ze steeds weer opnieuw kunt ordenen. Je kunt ze alfabetisch zetten volgens auteur, volgens boektitel. Je kunt ze schikken van groot naar klein, van meest geliefd tot nog niet gelezen. Je kunt ze groeperen per kleur, per geur of per uitgeverij of per taal. Je kunt ze ordenen volgens het aantal pagina’s, het soortelijk gewicht, het langste erin voorkomende woord of de snelheid waarin je ze hebt gelezen. Of associatief want dit boek doet denken aan dat boek. Of in periodes waarin je ze hebt gelezen. Of naar onderwerp, naar thema, volgens het aantal keer dat je hebt gehuild of gelachen of ‘verhip’ hebt uitgeroepen. 

Ik kan eindeloos genieten van ordeningen en opsommingen zoals je die vindt bij Calvino, Borges of Greenaway, nu eens geschikt volgens het alfabet, dan weer tellend van 0 tot 100 in een warrige volgorde. De boeken van Prospero, de sterren van Beta, de spellen van Smut, de dierenlijst van John Wilkins, de onzichtbare steden… Nu eens volgens ze een logische methode, dan weer een heerlijk arbitraire. En dat laatste is zo heerlijk bevrijdend. Het helpt je ontdekken dat elke orde eigenlijk arbitrair is. 

COQgolSUsAAzSPY

Lijst van dieren in een ‘Chinese encyclopedie’ – J.L. Borges

Ontsnappen uit orde

Spelend met classificaties, modellen en structuren ben ik net dat als de eb-en-vloed-beweging van mijn gedachten gaan beschouwen: orde creëren en er iets later weer uit ontsnappen en dan weer in een nieuwe orde neerdalen en dan weer ontsnappen… Een ritme van zalige rust en wonderlijke wanorde, een cyclus zo verkwikkend als in- en uitademen, als ontwaken en slapen. 

De wanorde en veelheid van ideeën, feiten en gegevens maken me onrustig en doen me schikken en ordenen. Ik verzin een model en krijg grip op de wereld die er plotseling helder en bevattelijk uit ziet. Gedrag ontstaat uit 7E’s, een beleving is ELVIS, orde is PRACHT, en goed is een groep WELPJES. 

Daar werk en leef ik een tijd mee. Het helpt mij en – zo merk ik tot mijn heerlijke verbazing – het helpt vaak ook anderen. En dan opeens komt er een andere opdeling langs of een vraag die de ordening onderuit haalt. Het hart wipt op, de ogen gaan wijd en een glimlach krult zich om mijn mondhoeken. Ik zou boos moeten zijn of ontgoocheld, maar zo is het niet. Gek genoeg voelt het breken van een orde als een bevrijding, een vrolijke verwondering die me weer blootstelt aan de oorspronkelijke wanorde die bestond voor het benoemd was. Benoemen schept een wereld, maar vernielt er ook een. Benoeming wissen maakt nieuwe werelden mogelijk. 

BouwstenenModel_180806

Verwondering in eb en vloed

Net zozeer als ik geniet en bijna tranen in de ogen krijg wanneer een orde zo volkomen en wiskundig lijkt, net zozeer raakt het me wanneer ik de weg weer terug vind naar het ongenoemde. Is kunst, zo vraag ik me dan af, niet dat: je losmaken uit bekende patronen, je teruggooien op het ongestructureerde en dan nieuwe patronen aanbieden? En is amusement dan niet het spelen met de bestaande vertrouwde patronen en genieten van hun potentie? Is wetenschap ook niet zoeken naar orde en structuur, het bevragen en weer herschikken, steeds teruggrijpend naar het ongenoemde? Terwijl techniek en technologie werkt met de gevonden structuren? 

Het ene is niet beter dan het ander, denk ik. Ik geloof niet dat het in se beter is om te schikken en te herschikken of gebruik te maken van patronen en vormen of je vol overgave aan het naamloze te wijden. Is inademen beter dan uitademen? Is eb beter dan vloed? De mix doet het voor mij. 

PRACHT. Een orde in de orde.

Omdat ik nu eenmaal graag met dat ordenen bezig ben, heb ik ook een modelletje voor het ordenen bedacht. Je kunt uiteraard structureren zoals je wil, met een natte vinger als leidraad of elk arbitrair principe of helemaal principeloos zoals de wanordelijke lijsten van Borges, Calvino, Joke van Leeuwen en andere meesters van het vrije schikken. Maar je kunt ook voorgeprogrammeerde ordeningen uit de kast nemen. PRACHT is een poging tot schikken van die bekende ordeningssysteempjes. Je bent er niks mee of alles, maar het biedt weerom een houvast in een wereld vol wanorde waar zelfs orde structuur mist.

Hieronder vind je PRACHT in het wielrennen. Wielrenners geordend volgens

  • Plaats – goed voor het supporteren -,
  • Rangorde – goed voor pronostieken -,
  • Alfabet – handig voor het opzoeken -,
  • Categorie – wanneer je een veelzijdig team wil samenstellen -,
  • Hiërarchie – voor het bepalen van prioriteiten -, en
  • Tijd – wanneer je graag de klok volgt.

Binnen elk van de opdelingen kun je ook nog gaan kiezen. Plaatsen kun je groeperen, Reeksen en Rangordes kun je opmaken volgens elke kwantitatieve maatstaf, Alfabet voor elk label van naam, voornaam tot teamnaam, Categorie voor elke handige opdeling, eventueel met overlappende Venndiagrammen en meerdere categorische waarden per onderdeel, Hiërarchie in functie van gebruik en Tijd naar de schaal dat jou uitkomt. Tijd is overigens de subgroep van Reeks of Rangorde waar het getal een jaar, maand, dag, uur, minuut of seconde is, maar dat hoeft verder niemand te weten. PRACH is toch net iets mooier met een T erachter, nietwaar.

PRACHT

De figuren op de kaartjes zijn van ProCyclingTrumps.

AANVULLING

Uiteraard kun je per PRACHT-element nog gaan onderverdelen, zoals Andy Kirk van Tableau toonde in The Design of Time.