Page 2 of 10

Perceptie slaat de bal mis

ipsos-mori-perils-of-perception-charts-2016

Ipsos Mori heeft zich in 2016 weer eens gebogen over onze perceptie, en hoe we hiermee de bal wel eens misslaan…

Deze tekst is een hertaling van het artikel van Ipsos Mori naar aanleiding van de publicatie van hun ‘Ipsos Perils of Perception Survey 2016’. De oorspronkelijke tekst keek naar Groot-Brittannië, ik hou het bij de cijfers van Nederland en België.

Perils of perception in een notendop

De meest recente Ipsos Perils of Perception-bevraging vroeg zich af hoe mensen in veertig verschillende landen sleutelbegrippen en -bevolkingsthema’s fout inschatten. De onderzoekers ontdekten o.a. dat

  • we het aandeel moslims in onze bevolking doorgaans stevig overschatten, ook al neemt dat aandeel bijzonder snel toe;
  • onze bevolking gelukkiger is dan we vermoeden;
  • onze landgenoten toleranter zijn tegenover homoseksualiteit, abortus en seks dan we denken;
  • we denken dat welvaart en rijkdom gelijkmatiger verdeeld zijn dan het geval is.

De onwetendheid van Belgen en Nederlanders

schermafbeelding-451

Ook Nederland en België werden bevraagd, en al waren onze inschattingen soms best knap, soms sloegen we de bal wel lelijk mis.

  1. De moslimbevolking: Zowel Belgen als Nederlanders overschatten het aandeel moslims in de bevolking. De Belgen vermoeden dat het om 23% van de bevolking gaat, terwijl Nederlands het aandeel op 19% schatten. In werkelijkheid gaat het om resp. 7% en 6%. We zien het aandeel allebei drie keer groter, kortom. Kahneman zou opperen dat hier wellicht een “WYSIATI”-systeem in het spel is: What You See Is All There Is: wanneer we veel over iets horen, dan kunnen we het ook makkelijk oproepen en overschatten we de aanwezigheid ervan.
  2. Toekomstige moslimbevolking: De moslimbevolking groeit, dat is duidelijk, maar we verwachten een veel scherpere aangroei dan het Pew Research Center. Dat centrum verwacht voor België en Nederland dat het zal opklimmen tot 7,5% resp. 6,9% in 2020, terwijl we verwachten dat we naar 32% evolueren in België en naar 26% in Nederland. Meer dan een kwart van de bevolking, denken we dus. Terwijl het nog niet om een tiende gaat.
  3. Geluk: Ipsos laat de Belgen hier even links liggen, maar merkt wel dat Nederlanders het geluksniveau van hun landgenoten als tweede beste weten in te schatten, al zitten ze er nog 28 procent naast. 84% noemt zich erg of nogal gelukkig, maar we vermoeden dat slechts 57% zich zo zal labelen.
  4. Homoseksualiteit: Slechts 5% van de Nederlanders, Denen en Noren vinden homoseksualiteit moreel onaanvaardbaar, 7% bij de Belgen. We horen zo bij de meest open bevolkingsgroepen van de 40 bevraagde landen. Toch schatten we onze landgenoten minder hoog in. In Nederland vermoeden we dat 36% het laakbaar vindt (zeven keer zoveel dus), en in België denken we dat 29% hun neus op trekt voor homoseksuelen (vier keer zoveel). Laat ons trotser zijn op onze landgenoten, denk ik dan. Pride for all.
    ipsos-mori-perils-of-perception-charts-2016_3
  5. Seks tussen ongehuwden: In Nederland vinden slechts 5% van de inwoners seks tussen ongehuwde volwassenen moreel onverantwoord. Alleen de Denen gaan er met hun 2% nog vlotter mee om. In België ligt het iets gevoeliger, en vindt 14% van de Belgen het onaanvaardbaar, terwijl we vermoeden dat 28% van de Belgen het maar niks vindt. Al bij al een aardige schatting als je merkt dat Nederlanders vermoeden dat 34% van hun landgenoten gruwen van seks tussen ongehuwden. Een overschatten van bijna 700%.
  6. Abortus: Belgen en Nederlanders slaan allebei als koplopers de bal mis waar het over abortus gaat. “37% vindt het onaanvaardbaar”, antwoorden we in Nederland; “31% gruwt”, denken we in België. Maar in werkelijkheid staan we in beide landen heel erg open: resp. 8% en 6%.
  7. Rijkdom van de basis: In België hebben we hier een goed zicht op de ongelijkheid, zo blijkt. We vermoeden dat de basis van onze samenleving, de 70% minst rijken, 26% van alle rijkdom bezit, terwijl het om 25% gaat. In Nederland bezit die 70% slechts 18% van alle bezittingen, maar hier denken we dat het om 29% gaat.
  8. Huiseigenaars: In België denken we dat de helft van de gezinnen in hun eigen huis woont, in Nederland denken we dat het om 45% gaat. In werkelijkheid gaat het om 63% in België, tegenover 56% in Nederland. We overschatten dus het aantal huurders…
  9. BNP en gezondheid: Zowel in België als in Nederland gaat 11% van het BNP naar gezondheidszorg. Een aanzienlijk bedrag. Allen in de VS (18%) en Frankrijk (12%) wordt meer uitgegeven. Toch denken we in beide landen dat het meer is. In België vermoeden we dat het om 22% van het BNP gaat, en in Nederland gokken we op 19%. Eerlijk gezegd, vraag het me volgende week en ik heb het ook fout. Al wist ik hoeveel het BNP bedraagt, dan nog zegt het me niks.
  10. Huidige bevolking: Zowel in Nederland als België hebben we een behoorlijk goed zicht op de grootte van onze bevolking. Nederlanders schatten de bevolking doorgaans op 17 miljoen, wat dicht bij de werkelijke 16.940.000 zit, en Belgen houden het bij 11 miljoen, wat intussen al is gegroeid tot 11.270.00. Even kijken naar de jury… Jawel, die rekent het goed.
  11. Bevolkingsgroei: Als we echter met de natte vinger over 2050 nadenken, wijken onze inschattingen wel een tikkeltje af van die van de Verenigde Naties. In Nederland denken we dat we naar 19 miljoen klimmen, terwijl de VN verwacht dat het rond de 17,6 miljoen strandt; in België gokken we op een ronde 13 miljoen in 2050, terwijl de VN iets terughoudender gokt op 12,5 miljoen. Faites vos jeux, place your bets, the game is on.
  12. Trump: Achteraf konden we wel zeggen dat we vermoed hadden dat Trump zou winnen, maar Ipsos heeft het zwart op wit. De bevraging liep een maand voor de verkiezingen, en jawel, hoor: zowel Nederlanders als Belgen waren behoorlijk zeker van Clintons overwinning. 74% zei dat de democrate zou winnen, slechts 10 tot 11% vermoedde dat Trump het zou halen. Ik geef toe. Ik was bij de 74%.

Index van onwetendheid

Als je de vijf vragen die om feiten gaan (aantal moslims, aantal inwoners, aantal huiseigenaars, BNP vs gezondheidsuitgaven en rijkdom van de basis) als maatstaf gebruikt, kun je een rangorde van accuraatheid opmaken, een index van onwetendheid. En wat blijkt dan? Dat Belgen de 13de plaats innemen, en Nederlanders zich de meest accurate inschatters mogen noemen. India, China en Taiwan voeren dan weer de omgekeerde Index van Onwetendheid aan…

ignorance
Wil je meer weten? Cijfers zien? Nog meer mooie grafieken? Haast je dan naar de website van Ipsos Mori zelf, download de pdf en ontdek dat Rusland Trump de meeste kansen gaf, dat Indiërs nog meer huiseigenaars kent en er nog minder vermoedt, en dat vooral Fransen het aantal moslims overschat.

Wie verontwaardiging zaait, zal afkeer oogsten

vincent_van_gogh_-_wheatfield_under_thunderclouds_-_google_art_project

Gematigde politici worden genadeloos afgestraft, ter linker én ter rechter zijde, zowel door oppositie, door interne concurrenten en door het middenveld die met grove woorden en verontwaardigde beelden een doembeeld oproepen. De instellingen worden verdacht gemaakt als pionnen van Big Dit of Big Dat, als onderdrukkers van de kleine man, als waanwijze despoten die geen oog hebben voor de noden van de gewone burger. Instellingen worden, zodra iets niet helemaal soepel loopt of een verkozen regering beslist wat een ander niet bevalt, met hyperbolen als immoreel of failliet bestempeld, of het nu om Europa, verkiezingen, staten of steden gaat.
Media focussen naar oude gewoonte op die conflicten en zijn al even genadeloos bij het be- en veroordelen van té grijze, té behoudsgezinde of te trage reacties van overheidsinstellingen, terwijl nieuwe sociale media dit vergroten zodat vaak begrijpelijke, soms onbegrijpelijke maar altijd bij te sturen nare effecten van een beleid een algemeen gevoel van ondraaglijk onrecht oproepen.

De oogst…

Wat de stemmer uiteindelijk bereikt, is het gevoel dat ‘de wereld om zeep is’, ‘dat het nog nooit zo slecht is geweest’, ‘dat de democratie niet meer werkt’.
Wanneer mensen daar dan naar reageren, is het niet zo handig om hen ‘dom’ en ‘haatdragend’ noemen, in de hoop ze daarmee toch weer tot bedaren te brengen. Als iemand je een imbeciel noemt omdat je een slogan wat anders gefraseerd herhaalt, kom je niet ‘tot inkeer’. Je wordt opstandig.
Het lijkt het me onhandig nog maar eens het failliet van de instellingen of de gematigde politici te bezingen. We onderstrepen daarmee nog eens de verontwaardiging, die ook hier tot afkeer leidt…

En nu?

Medunkt dat we, om meer van dit ongein te vermijden, vooral moeten nagaan hoe we de met superlatieven overgoten negativiteit  tot rust kunnen brengen in een tijd waarin nieuwe media ons belonen voor felle uitspraken met likes en shares. We moeten leren omgaan met de schreeuwspiegels van sociale media, zowel zenders als ontvangers.
Ik ga er nu al van uit dat de volgende generatie dit beter kan. Ze laten zich minder snel opfokken door grote woorden op een tijdlijn, medunkt. Maar hoe we dat deze generatie nog kunnen keren? Geen idee.

De Vloek van de Apostel

Beeld uit League of Legends

Of dat wel de juiste strategie is, vraag ik me vaak af als ik weer eens een verontwaardigd, verwijtend facebookbericht de ronde zie doen. Er wordt dan geschoten op de stupiditeit van Trump-kiezers, de barbaarsheid van vleeseters, de wereldvreemdheid van de groendenkers, de kortzichtigheid van de houthakker, het racisme van sinterklaasvierders, de corruptie van politici/industrie/banken, de domheid van zwaarlijvigen, de vervreemding van technofielen, het egoïsme van Nimby’s, de naïeve blindheid van multiculturele bruggenbouwers…
De uitlatingen kennen veel bijval en worden gul gedeeld, maar – zo vraag ik me dan -dragen ze ook bij aan verandering? Haal je zo mensen over om een ander, wenselijker gedrag te stellen?

De kloof en de verontwaardiging

Leden van NGO’s, instellingen met een groot maatschappelijk doel of een utopisch wereldbeeld lijken daar vaak last van te hebben: als persoon die het gewenste gedrag stelt, is het heel lastig om te kijken met de bril van iemand die het nog niet stelt. Je neemt jezelf als voorbeeld, toch? Wat jou kan motiveren en bewegen, motiveert en beweegt toch ook anderen? Maar onbewust, ongewild en toch goedbedoeld vergroot je zo vaak de kloof met diegene die je wil overtuigen. De vloek van de apostel.

Als je een post of artikel schrijft of deelt, wil je vooral je verontwaardiging delen. Dat is begrijpelijk. Je staat achter een bepaald toekomstbeeld en wil er ook aan meewerken. Je sloot je aan bij een organisatie en wil met hen bouwen aan die betere wereld. Je wordt een ambassadeur, een apostel. Je gaat de blijde boodschap mee verkondigen en het doel een stapje dichter brengen.

En wat merk je dan? Anderen volgen je niet of stappen zelfs een heel andere kant op. Dat maakt verdrietig en boos, want het strookt niet met jouw doel. Die verontwaardiging blijkt je echter ook energie te geven. Je merkt dat je de woede kunt kanaliseren in je werk. Het wordt de brandstof voor je inzet. Hoe meer je je doel indachtig bent, hoe meer je merkt dat anderen er niet mee bezig zijn. Hoe meer je dat merkt, hoe duidelijker de noodzaak van je inzet wordt, hoe zinvoller je werk blijkt. “Er is nog veel werk aan de winkel”, mopper je dan nors, terwijl je jezelf zo onbewust werkzekerheid garandeert: ‘Ik ben nog lang niet overbodig, hoera.’

De motivatie van de verontwaardiging

Die ‘hoera’ roep je overigens niet, hoor. Integendeel. De verontwaardiging om het nog lange traject overschaduwt dat, maar tegelijk garandeert het je toch die verontwaardiging die je moeilijk kunt missen. Dat is immers je energie.
Hier schuilt de vloek van de apostel, denk ik vaak. Zelf gestuwd door verontwaardiging overschat je de waarde van die verontwaardiging. Je bent heilig overtuigd dat je moet uitpakken met de sense of urgency. ‘Het einde is nabij.’ ‘Het is nog nooit zo erg geweest.’ ‘Het is vijf voor twaalf.’

Maar eerder dan me over de streep te trekken, schrik je me af. Door de problemen en de drempels monsterlijk groot en het doel steeds verder weg af te schilderen, zorg je ervoor dat de moed me helemaal in de schoenen gaat zinken, en dat ik me van je boodschap ga afkeren. Ik luister dan liever even rond tot ik iemand hoor die me een positiever toekomstbeeld met minder hindernissen kan voorschotelen.

Vluchten kan niet meer

Verontwaardiging geeft bovendien niet aan waar je heen wil, alleen waar je weg wil. Het zegt niet wat ik wél, maar wel wat ik níet moet doen in die werkwinkel. Als je mijn gedrag wil sturen, is dat alvast geen handig uitgangspunt. Wat wil je eigenlijk dat ik doe?

Je vertelt me wat ik fout doe, en hoe fout dat wel is. Je wijst me op mijn tekortkomingen en valt zo onbedoeld mijn waarde aan. Je zegt niet dat er lekkere koekjes zijn aan jouw zijde, maar dat mijn koekjes niet deugen en ikzelf ook niet, want ik eet ervan. Qua charmeoffensief zit dit niet helemaal goed.

Ik wil charme

Het kan anders, toch? In plaats van me weg te jagen, kun je me net beter charmeren. Wijs me niet op wat ik fout doe, maar op wat ik naar je zin goed doe, en vraag me meer van dat. Zet in op de E van Enthuse. Wek positieve verwachtingen over het te stellen gedrag, over wat ik zal ervaren als ik het stel. Zeg me hoe het consistent is met mijn verlangens, dromen, wensen en waarden. Hoe het aansluit bij wat ik al doe. Geef me een trots gevoel. Neem me mee, verleid me.

Tegenover de apostel staat de charmeur die het meent, die erin slaagt om zijn of haar eigen bril af te zetten, de mijne op te zetten en me dan weet te waarderen vanuit die bril. Die me zegt dat ik de slechtste niet ben, dat ik heus niet te herleiden ben tot een van de zeven hoofdzonden maar toch wel een goede inborst heb die aansluit bij dat fantastische doel. De charmeur die niet inzet op conflict maar op herkenning.

Wie weet, misschien lukt dat wel. Zeker ben ik het niet.

Oh, en als je je aangesproken voelt… Je bent niet alleen. Ik voel me zelf ook aangesproken. Heel dit stuk kreunt onder de vloek van de 7E-apostel…

Nog meer leesvoer: van nudging tot information overload?

boeken

“Maak het gemakkelijk” is een van de leuzen van het nieuwe gedragsdenken. Als je mensen tot verandering wil aanzetten, moet je niet zozeer hun rationele hersencellen belagen, maar de info tot het noodzakelijke beperken.
“Maak het aantrekkelijk, concreet, persoonlijk, eenvoudig en behapbaar met clusters, kapstokken, infographics”, schreven we in het 7E-boek. “Make it easy”, heet het bij het Behavioral Insights Team. “Understand mapping” en “Structure complex choices”, zeggen Thaler en Sunstein. Iedereen wijst erop dat zwaar focussen op kennisdeling niet de meest effectieve werkwijze is…

En wat doen we zelf? We geven toespraken, schrijven blogs, leggen het uit op radio en tv en publiceren wekelijks nieuwe boeken en rapporten.
Deze maand alleen al verschenen meer dan 1000 interessante pagina’s, die ik – eerlijk is eerlijk – niet verwerkt krijg. Er ligt een berg aan gedragsinzichten waar ik maar niet overheen geraak…

Een greep uit het nieuwste aanbod

pre-suasion-sq-500x500Robert Cialdini: van overtuigen tot voor-tuigen

Meneer Beïnvloeding himself, Robert Cialdini, heeft ook een nieuw boek. Dertig jaar na ‘Influence, the power of persuasion‘ volgt nu ‘Presuasion, a revolutionary way to influence and persuade‘.

In het nieuwe boek blijft hij wel bij zijn bekende principes (wederkerigheid, consistentie, sociale bewijskracht, schaarste, sympathie en autoriteit) maar hij poetst ze op en vult ze aan. Zo wijst hij erop hoe belangrijk timing is. Je kunt het best een beroep doen op het wederkerigheidsprincipe meteen nadat iemand heeft erkend dat je iets voor hem of haar hebt gedaan.

Hij heeft ook meer aandacht voor ‘priming’. Sociale bewijskracht werkt wel vaak, maar slechts als ik me met de sociale voorbeelden wil en kan identificeren en die mindset kun je met priming tijdelijk wat bijsturen. Je moet het overtuigen voorbereiden, legt hij omstandig uit. Vandaar ‘pre-suasion’.

En uiteindelijk introduceert hij ook een zevende principe – alle goede modellen bestaan immers uit 7, nietwaar. Die zevende mondt net uit de vaststelling uit de vorige alinea: het belang van ‘eenheid’. Als je erin slaagt om je luisteraar deel te laten voelen van jouw kring, zal die sneller volgen.

Cialdini, R., Presuasion, a revolutionary way to influence and persuade, Random House Books (2016) – 978-1-847-94142-8

hermsenHermsen en Renes herschikken de kennis

Gedrag sturen doe je niet met een handvol trucjes of vier inzichten. Nee, gedrag is complex en veelzijdig en dus moet je ook naar een integrale oplossing streven en bereid zijn om op lange termijn te denken en zelf ook flexibel te bewegen. Op die spijker slaan Sander Hermsen en Reint Jan Renes terecht hard in hun Draaiboek Gedragsverandering. Je kunt niet zomaar even twee principes lenen bij Cialdini of Ariely en dan maar hopen dat je campagne slaagt.
“Uit alle kennis over gedragsverandering selecteren campagnemakers en andere communicatieprofessionals vaak wat het makkelijkst of snelst is, maar dat is niet altijd het meest effectief”, vertelt Reint Jan in een interview met PubLab. Hun boek wil dan ook een overzicht van de gedragswetenschappelijke kennis bieden en helpen in het “filteren van wat belangrijk is voor jouw specifieke vraag.”

Daartoe herschikken de Utrechtse onderzoekers de bekende inzichten in vijf handzame clusters:

  • gewoontes en impulsen’ met aandacht voor o.a. de automatische piloot, context, triggers, priming en landscaping en defaults;
  • weten en vinden’ met aandacht voor o.a. normen, cognitieve dissonantie, en weerstand;
  • zien en beseffen’ met aandacht voor o.a. zelfkennis, feedback en framing;
  • ‘willen en kunnen’ met aandacht voor o.a. intrinsieke en extrinsieke motivatie, commitment, negatieve en positieve emoties en frustratie;
  • doen en blijven doen’ met aandacht voor o.a. concurrerend gedrag, doorzettingsvermogen, mental accounting, zelfnudges, terugval en ondersteuning.

Om er ook daadwerkelijk mee aan de slag te gaan biedt het boek tenslotte nog richtvragen, die je kunt vergelijken met de checklists uit het 7E-boek, en werktips. Lijkt me zeker het proberen waard.

Hermsen S. en Renes R.J., Draaiboek Gedragsverandering. De psychologie van beïnvloeding begrijpen en gebruiken. Business Contact (2016) – 978-90-470-0975-7

De ‘nudge units’ brengen verslag uit

Zowel de Britse als de Amerikaanse nudge teams, die respectievelijk eigenlijk het Behavioural Insights Team en het Social and Behavioral Sciences Team heten, stellen hun jaarrapport ter beschikking.

Het BIT deelt hierbij ook informatie van hun kantoren uit Sydney, New York en Singapore. In dat laatste kantoor werd overigens een interessante gedragstool ontwikkeld die zou moeten helpen om discriminatie bij werving en selectie tegen te gaan. Het BIT houdt het niet bij successen alleen, maar deelt ook de flops omdat we nu eenmaal net zoveel kunnen leren uit mislukte nudges als uit geslaagde. Ze beloven overigens om de volgende maanden dieper in te gaan op hun bevindingen via hun blog. Kwestie van ons van leesvoer te blijven voorzien.

The Behavioural Insights Team – Update Report 2015-16

The Social and Behavioral Sciences Team – 2016 Annual Report

Primen of verzuipen

Ik vind het schitterend uiteraard, dat er zoveel info wordt gedeeld en dat de aandacht voor gedragsinzichtelijk ingrijpen en communiceren niet verslapt. Dagelijks verschijnen er artikels, studies en bedenkingen. Dagelijks ontdekken we meer over wat werkt en wat niet.

Dit helpt de praktijkwerkers die de tijd vrij kunnen maken om bij te lezen uiteraard vooruit, en het stimuleert wellicht ook anderen om zich er toch eens aan te wagen. “Als iedereen ermee bezig is, moet ik het misschien ook wel eens bekijken?”, nietwaar.

Maar tegelijk wordt het aanbod wel heel groot en, zo weten we uit onze eigen inzichten, dit kan afschrik wekken. Als je dagelijks een post krijgt over een ‘zeker te lezen’ artikel of – godbetert – een boek of een rapport van 100 pagina’s, ben je misschien eerder geneigd om de beker aan je voorbij te laten gaan.

Dat wordt misschien wel dé uitdaging van de volgende jaren: hoe houden we het overzichtelijk?

Zeg niet ‘niet’. Euh, zeg wel ‘wel’, bedoel ik.

shutterstock_48935839Ken je ze, die borden die je vertellen wat je allemaal niet mag doen op het strand, aan de Graslei, in het park? Verboden te fietsen, skateboarden, skaten, rennen, vliegeren, op het gras te lopen, radio’s te spelen… Echt welkom voel je je dan niet, ook al was je geen van al die dingen van plan. “Ik mag hier niks”, mopper je dan misschien terwijl een donderwolkje over je zonnige uitstap glijdt. Meer nog, misschien moet je je nu echt wel inhouden om toch niet lekker balorig over het gras te gaan rennen. “Ik doe wat ik wil!”

Miami Beach zegt ‘ja’

lead_largeMiami Beach-commissaris Michael Grieco kreeg alvast ook de kriebels toen hij zo’n bord voor zijn neus kreeg. Het spoort alvast niet aan om gezellig te wandelen, begreep hij. “Er is toch een groot verschil”, zegt hij, “tussen het verbieden van al die dingen en zeggen dat het een voetgangersvriendelijke zone is?” Het autoritaire karakter van zo’n bord strookt ook helemaal niet met het paradijselijke imago dat Miami Beach wil uitstralen. Het ondergraaft de geloofwaardigheid van de ‘vriendelijke’ zender, zeker als je met de verbodsborden om de oren wordt geslagen om elke hoek, bij elk park, bij de scholen, op parkings…

Nee, als het aan Grieco ligt, komen er enkel nog positieve borden.
“We moeten hier meer over nadenken”, zegt hij. “Vertel de mensen wat ze wel kunnen doen, eerder dan wat ze niet mogen doen. Zeg wanneer het park open is, en niet wanneer het gesloten is. We zeggen niet ‘verboden te roken’, maar proberen het te verweven in ideeën van fitheid, netheid en schoonheid. We willen over schone lucht praten.”

Van park tot strijdtoneel

Verbodsborden hebben ongetwijfeld dit effect: ze trekken de aandacht naar het ongewenste gedrag. Je gaat onwillekeurig daaraan denken. Je kunt niet ‘niet aan een roze olifant’ denken. Je kunt er wel omheen denken, maar het beest staat wel in het midden van je bovenkamer. Verstokte rokers weten het beter dan wie ook. Als ze in een kamer een ‘verboden te roken’-bordje zien hangen, krijgen ze net trek. Het beeld van de sigaret doet hen ernaar smachten. Het bestendigt net je gedrag. Als je niet rookt, heb je dat niet, dan word je wellicht net boos als je iemand toch ziet roken.

Een ‘niet ‘ heeft dus een polariserend effect. Voor de een werkt het, voor de ander werkt het tegen. Zij die het ongewenste gedrag wel willen of op zijn minst wel leuk vinden, voelen zich afgewezen en zijn opeens in een conflictsituatie belandt die alle aandacht kreeg; zij die het ongewenste gedrag zelf al ongewenst vonden, zijn aan de andere kant van het conflict gezet en gaan meer op de overtreders letten. Onbehagelijk, dus.
Een ’nee’ jaagt ons zo de kast op. Het zou stresshormonen activeren waardoor we niet langer rustig, helder en rationeel kunnen denken. Stress lokt immers een vlucht-of-vecht-reactie uit. Als het verbodsbord me irriteert, weiger ik het park in te gaan, loop ik te foeteren of word ik zelfs baldadig. Negatieve berichten zijn dan ook prima geschikt om mensen op te hitsen, risico’s te nemen en aan te zetten tot conflict. Tegelijk schrikt het ook af en maakt het me ongemakkelijk en angstig. En dat leidt net allesbehalve tot gedragsaanpassing. Het park waar je zou willen wandelen, wordt een strijdtoneel voor of tegen de skateboard. “De omstreden publieke ruimte is een opgefokte ruimte, waarvan de vanzelfsprekende gemeenschappelijkheid”.

Ziedaar, het ongewenste gedrag.

Door de spotlichten te richten op ongewenst gedrag maak je het soms ook nog groter en ondergraaf je de gewenste norm. Door er steeds op te wijzen dat je niet meer mag rijden dan 90 km/h op de autosnelweg, wordt 90 de norm waar we naar streven. 90 is dan niet langer het maximum, maar bijna het minimum of het nu regent, sneeuwt, mistig of donker is. Als ik 85 rij, krijg ik van mijn passagiers wel eens te horen: “He, je mag hier wel 90, he.” En zodra het bord er niet staat, gaan we opgelaten door die fictieve barrière heen.

Overigens biedt een verbod ook geen oplossing. Het zegt ‘wat niet’, maar wat moet ik dan wel doen? Toen ze in Oud-Vossemeer probeerden om de vrachtwagens uit de stad te weren met een verbodsbord bij een van de wegen, bleek de overlast nauwelijks te verbeteren. De chauffeurs wisten niet waarheen dan wel, en reden maar wat rond. Je zegt beter waar ze wel moeten rijden, dan waar ze niet moeten rijden.

dino-graffiti-please-19585-1285338783-23 Gronings onderzoek toonde aan dat je verbodsborden overigens wel werken, op voorwaarde dat de omgeving op die normen en regels is afgestemd. Een bordje ‘graffiti verboden’ werkt op een propere muur, maar op een muur waar graffiti is gespoten, lokt ze nog meer normoverschrijdend gedrag uit. Mensen gaan er ook vlotter papiertjes op de grond gooien.

Wat dan wel?

Als je gedrag wil bijsturen, benoem dat gedrag dan positief en helder, zeggen we bij het 7E-model. Heel wat studies geven aan dat bevestigende, grappige boodschappen effectiever gedrag bijsturen dan negatieve, zeker waar het om gezondheid gaat. Een negatief bericht over de gevaren van rood vlees of hamburgers werkt wel bevestigend voor vegetariërs en mensen die al overtuigd zijn dat ze gezond eten, maar positieve boodschappen die zich houden bij wat je wel best eet en waarom – zoals ‘verse groenten geeft je een positief lichaamsbeeld en meer energie’ – werkt beter voor een breed publiek dat minder met gezonde voeding bezig is.

positive-negative-messaging-wansink-pope-2015_0
Positief taalgebruik zou ons helpen om te focussen op oplossingen. Je wordt of blijft kalm, krijgt een gevoel van hoop en kunt ook zelf positiever reageren. Het lukt je dan beter om problemen op te lossen.

Het betekent niet dat je het niet over problemen mag hebben, maar wel dat je oplossingen of het zoeken ernaar nog meer in het licht moet zetten dan de problemen. Geef me zin om het andere te doen, het gewenste gedrag te stellen. Toon me dat anderen het ook doen. Hef de contradicties op. En maak het gemakkelijk. Wees 7E, kortom.

Een beetje melig? Misschien wel, maar in Miami Beach willen de commissaris en zijn staff het alvast wel testen. Ze zullen wieden in de overdaad aan verbodsborden en zoeken naar zonnigere opschriften. “Je kunt er toch niet tegen zijn?”, zegt Grieco. “Het zijn die kleine dingen die onze stad kneden tot een positieve plaats.”

Ode aan Oote

schermafbeelding-425

Dat ik een zwak heb voor Jan Hanlo’s Oote Oote Boe, zal je misschien al weten.

img_0058

Je hebt misschien ooit het filmpje gezien waarin ik het gedicht een beetje waardig probeer voor te dragen? Een filmpje dat, naar ik vernam, trouwens soms in lessen Nederlands wordt getoond, tot grote ergernis van de leerlingen, die dan ’s avonds hun beste Nederlands bovenhalen om enge commentaren te tikken die ik dan weer met sop en spons van mijn wall probeer te schrobben.

Dit jaar bereikte mijn eerbied voor het gedicht, het klankschilderij, een nieuw hoogtepunt. Ik mocht niet alleen opdraven tijdens een viering van 100 jaar Dada in Groningen om nog eens eigenzinnig met de Oote’s aan de slag te gaan, nee, ik mocht ook een tekstje schrijven voor een kunstig kleinood. Of liever: een kleinode. Een Ode aan Oote.
Tussen de bijdragen van jazzpianist Justin Binek, de dichters Ezra de Haan, Wiel Kusters en Karel Soudijn en nog een pak anderen, vind je mijn tekstje.
En voortaan vind je het ook hier:


Vandaag is het liefde

Of het wel een gedicht is. Hoe vaak heb ik die vraag niet gehoord? Kolder, toch? Absurd? Onnozel? ‘Om te lachen’? Alsof dat het minder ernstig maakt.

Ik heb het me eigenlijk nooit afgevraagd waarom Oote me zo trof. Van alle gedichten die we op school voorgeschoteld hebben gekregen, is die me, samen met enkele knapperds van Gorter en de Coninck, best bijgebleven. Een gedicht, had de leraar georakeld, moest je steeds weer verwonderen en op jezelf teruggooien. En dat deed het vanaf de eerste Oote. Mijn mond ging meteen in de juiste stand staan en de verwondering vloog naar binnen.

Oote Oote Oote

Plechtig waren ze, die allereerste woorden, die eerste kennismaking. Plechtig, hoog en overstijgend. Ik ging er rechtop voor zitten, om vervolgens met een ‘boe’ weer onderuit te gaan. Verrukt was ik.

Diezelfde avond heb ik het wellicht tien keer gelezen. Zacht, hardop, traag, snel, met wisselende tempi, vrolijk, melancholisch, bang, bezwerend, vertellend, verliefd, verwijtend, spuwend, zalvend, wiegend maar steeds verwonderd. De verwondering vloog weer naar buiten bij elke lezing, en kroop dan langs mijn oren weer naar binnen.

Dit was muziek, dit is muziek. Dit was een verhaal geschreven met noten waarvoor de balken nog moesten worden gesmeed. Dit is een symfonie schilderd met priegeltekentjes op waterdamp. Onvatbaar en steeds anders. Het werd hoe ik was toen ik het las. Het wordt wat ik voel, terwijl ik bedoel. Het is een deun, een dreun, een drein, een trein die me steeds weer elders brengt op haar sporen die als thema’s door de klanken lopen. Het is jazz, jawel, een tijdloze standard die elke keer weer nieuwe interpretaties toelaat en nooit aan rijkdom inboet.

Kolder, toch? Ik weet het niet.  Is Ornitology kolder? Take Five?

Ah ach ah ach

Vandaag is het een psychologische roman. Ze laat zich verleiden tot zelfmedelijden, mijn personage, maar ze weigert zich ook te laten meeslepen. Boe, schudt ze haar mijmeringen weg, maar ze komen terug en slepen haar steeds weer mee. Zelfs haar weerstand wordt mijmering. Boe wordt oe oe oote. Ah, dat wil ze niet. Het snijdt haar, pijnigt haar en meegevend tuimelt ze in het zelfbeklag, boe hoe. We voelen hoe ze zelfbewust strijdt, smacht, smijt en bevend naar de kunst grijpt. Maar het pakt niet, het vat niet, het doet niets. Doet doe d doe… Snikkend en gekneusd zinkt ze weg in het grote verdriet, waar steeds stiller nog een verweer in klinkt… Haalt ze het?

Boe

Morgen is het misschien een wals. Of een opera. Een epos, een thriller of een liefdeslied. Morgen is het waar ik zin in heb, en altijd meer.

Dat is de kracht ervan. Ik weet hoe ik erin ga, maar nooit hoe ik eruit kom. Het speelt met je, en laat je jezelf ontdekken als een Rorschachtest van klanken.

En dat geldt vast ook voor mijn publiek wanneer ik het breng. Sommige mensen worden er kwaad van, en gaan schelden, anderen gaan lachen en nog anderen laten de verwondering naar binnen vliegen.  En laat het mij net daar om te doen zijn. Ik hou van Oote. Het ontvouwt zich elke keer weer anders, en het is altijd groter langs de binnenkant. Het is o zo dens, compact, dicht, dichter, dichtst.
En dan durven ze vragen of het wel een gedicht is.

Boe.


Justin Binek in actie

Uw dienares

 

Meer informatie over Uitgelezen Boeken, Katern voor boekverkopers en boekenkopers: www.uitgeverijdebuitenkant.nl.

Wanneer een nudge de mist in gaat

dreamstime_m_66189041Nudging is zijn hypebult voorbij, medunkt. De dagen van kritiekloze verafgoding en hautaine verwaarlozing liggen achter ons, de tijd van het realistisch inschatten is aangebroken. De zienswijze wordt geaccepteerd als aanvulling van het breder arsenaal aan ingrepen en steeds vaker wordt ook door Nudge Units onderstreept dat nudging niet zaligmakend is en al helemaal niet probeert om een almachtig wondermiddel te zijn. Ook Cass Sunstein, een van de vaders van de stroming, boog zich in een nieuw artikel niet over de successen van zijn geesteskind, maar over het falen.

Nudges that fail

schermafbeelding-408
Cass R. Sunstein tijdens de European Nudge Network-bijeenkomst in Roskilde (2014)

Halverwege juli verspreidde de gedragswetenschapper Nudges that fail, een document waarin hij nagaat waarom nudges het soms niet doen, en hoe je daar dan kunt op reageren. Hij merkte er wel bij op dat het om een ‘zeer voorlopige versie’ gaat, maar toch som ik hier graag even de krachtlijnen op. De kans is nogal groot dat die ook in het einddocument zullen opduiken en anderzijds lijken ze me ook van toepassing op het 7E- en andere modellen.

Sowieso weet elke ervaren beleidsvoerder dat geen enkele ingreep 100% resultaat zal boeken. Je bereikt altijd maar een deel van de populatie. De vraagt rest dan: wie bereik je wel en wie niet, waarom niet en vind je dat wel erg? Misschien hebben die mensen die geen gebruik maken van gezonde voedingsnudges ook helemaal geen gewicht- of gezondheidsproblemen. In het 7E-model blijven we daarom steeds terugcirkelen naar Explore.

De zure zeven

In het document onderscheidt Sunstein zeven mogelijke oorzaken voor het falen van nudges. We vullen ze aan met enkele tips uit de 7E-doos:

  1. De Gebrekkig Explore
    Het kan iedereen overkomen. We hebben zoals steeds niet de centen of de middelen om een brede Explore op te zetten, om onze doelgroep nauwgezet te onderzoeken en komen zo tot een foute inschatting van wat nodig zal blijken. Misschien remediëren we daardoor een drempel die er helemaal niet is, of schatten we de kracht van een hefboom sterker in dan ze blijkt te zijn. Mensen blijken bijvoorbeeld helemaal niet te wachten op een pop-upstore-voorstel om hun winkelpand te renoveren, of hebben geen boodschap aan sociale motivatie of grotere incentives. Ze zien gewoon helemaal niet in waarom ze sowieso moeite moeten doen voor wat wij belangrijk vinden. Vaak speelt een gebrekkige inleving ons hier parten: we namen onszelf als maatstaf, maar dat bleek fout. Tsja, dan zit er niets anders op dan het ontgoochelende resultaat als een fijnere Explore te beschouwen en opnieuw te beginnen…
  2. De Verduisterende Enlighten
    We dachten dat we helderheid aan het scheppen waren, maar we hebben het nog warriger gemaakt. De informatie blijkt nog te complex. Heel vaak botsen we als ingreepbouwers op de informatieplicht: je moet vertellen wat je doet, toch? In gezondheidskringen hebben we het zelfs over informed consent waarbij je alle keuzes die een cliënt/patiënt kan maken moet laten voorafgaan door alle feiten, kansen en mogelijkheden die de wetenschap ter beschikking heeft. Zelfs fraaie pogingen om dit te verhelderen zijn echter nog altijd veel duisterder dan het gemak om de blik af te wenden. Het debat over de effectiviteit van het informeren is dan ook nog lang niet voorbij. Intussen is het best wel mogelijk dat onze nudge er op strandt.
  3. De Onbetrouwbare Exemplify
    Soms klikt het niet tussen afzender en ontvanger. Onze doelgroep vindt het misschien maar niks dat wij tussenkomen. Sommigen vinden het betuttelend, bemoeiziek en onterecht of ingegeven door foute motieven. Ze vertrouwen ons niet en gaan zelfs rebelleren tegen de nudge net omdat ze van ons komt. Zolang het vertrouwen in de afzender of in haar bedoelingen ondermaats is, zal dit roet in het eten blijven gooien. De ontvanger moet dan weer ervaren dat ze ook gehoord wordt en inspraak heeft.
  4. Het Uitdovende Pause-effect
    Zelfs als een nudge werkt, doet ze dat vaak maar even. Heel wat nudges zijn trigger-based, ze vertrouwen op een element dat de beslisser op het keuzemoment zelf even halt zal laten houden om zijn koers te wijzigen. In het 7E-model spreken we over het Pause-moment. Zo’n element moet opvallen, helder en aantrekkelijk zijn en de geprimede boodschap snel en krachtig weer oproepen. Alleen… na een tijdje kennen we hem wel, die pauze-trigger. Er treedt gewenning op en de trigger die eerst opviel, het nieuwe verkeersbord, het geluidssignaal, het flikkerend lichtje, verwordt tot achtergrondgeluid of -beeld. We kunnen dan proberen te variëren op het thema, de duur of de intensiteit van de trigger te verlengen (vb. blijvend geluid van niet-ingeklikte autogordel) of we kunnen een default installeren. Ook die zal wel afvlakken, maar als het afwijken van de default veel stappen inhoudt, krijg je bij die vele stappen evenveel mogelijkheden om pause-elementen in te bouwen.
  5. Het Open Achterpoortje
    Doe je je best om de voordeur van het ongewenste gedrag te sluiten, komen ze langs het achterpoortje binnen: rebound en compensatie. Die mensen die je hebt weten te verleiden tot het aankopen van energiezuinige wagens blijken net meer met die wagen rijden – want ze zijn toch zuiniger. Krijg je mensen aan het sporten, blijken die daar een goedkeuring in te lezen om nog meer te eten en de fietstocht weg te spoelen met een paar Duvels. Dan moeten we uiteraard nagaan of we het niet erger hebben gemaakt door onze ingreep, of we die niet moeten terugdraaien ofwel moeten we nu ook het achterpoortje gaan aanpakken…

De laatste twee krijgen bij Sunstein extra aandacht, want ze spelen ook defaults parten:

  1. De Ontoereikende Experience
    Wij plaatsen het gewenste gedrag dan wel boven het huidige, maar dat betekent niet dat de doelgroep het daarmee eens is. Misschien is onze inschatting discutabel, of is het onderscheidend effect minimaal of moeilijk zichtbaar voor vluchtige toeschouwers, of misschien ervaren ze het als een flinke stap achteruit, minder leuk, lastiger, saaier, vervelend… Zo kunnen we wel willen dat vrouwen na het huwelijk hun eigen naam behouden omwille van allerlei emancipatorische redenen, maar die vrouw zelf ligt misschien niet wakker van onze verreikende sociale bezorgdheid. Die merkt dat elke vrouw in haar familie wel haar naam veranderde, dat het heel vlot gaat, dat het een soort ‘rite of passage’ is die gelauwerd wordt door de omgeving, terwijl ze net scheef zou bekeken worden als ze erop stond om haar familienaam te behouden. We hebben ons dan niet zorgvuldig gebogen over de beleving van het huidige gedrag en dat van het gewenste. In het 7E-model accentueren we net heel sterk het belang hiervan. Als de beleving tegen valt, zullen mensen vaak moeite doen om je default te omzeilen.
    Als er nog geen of slechts een zwakke voorkeur bestaat bij de doelgroep, zegt Sunstein, dan heeft je default een grote kans op slagen, maar als ze goed weten dat ze frietjes boven rijst prefereren, dan helpt ook de plaatsing in het bedrijfsrestaurant niet gegarandeerd.
  2. The Empire Strikes Back
    Meer nog, het huidige gedrag wordt wellicht ook gesteund door belanghebbenden: autobedrijven, banken, wapenlobby, belangenorganisaties, drugsdealers… Die willen vaak net dat het huidige gedrag behouden blijft, en zij gaan heus niet schouderophalend toekijken hoe we hun klanten, cliënten en aanhangers een andere kant op sturen. Ze hebben Sunstein ook gelezen en kennen het 7E-model misschien ook, en gaan zelf aan de slag met contranudges.
    Zelfs een default situatie kunnen ze proberen aan te pakken door mensen te verleiden zich toch in te schrijven voor leningen, abonnementen… Als de concurrent in kwestie bovendien een vlotte toegang heeft tot de doelgroep en er hoger aanzien (Exemplify) geniet dan wij, dan halen die onze default vlot onderuit.

Juichen, bijsturen of terugslaan?

In het document stelt Sunstein drie mogelijke reacties voor op de laatste twee problemen:

  1. Juichen
    Eigenlijk zou je blij moeten zijn, zegt Sunstein. Als mensen een default omzeilen, dan oefenen ze wel heel duidelijk hun keuzevrijheid uit. En dat was net de reden waarom je voor een nudge koos en niet voor een verplichting of een verbod: omdat we mensen willen toelaten om hun eigen keuzes te maken. Als we dat niet wilden, hadden we het ongewenste gedrag moeten verbieden. We willen vooral dat ze niet automatisch het ‘foute’ kiezen; als ze dat bewust doen, moeten wij dat eigenlijk prima vinden. Wij kennen ook niet alle afwegingen van de doelgroep. We moeten erop vertrouwen dat die wel weet wat die doet en waarom. Misschien is soms echt nodig om enkelzijdig te printen, bijvoorbeeld. We leren zo dat de default instelling niet altijd en overal opgaat, wat best wel een leerrijk inzicht is.
    Alleen… we moeten dan wel zeker zijn dat ze de default wel degelijk bewust omzeilen. En niet ook automatisch…
  2. Bijsturen
    Water stroomt naar het laagste punt langs de weg met de minste weerstand. Voor gedrag is dat net zo. Ook al denken we dat we een handige default hebben geïnstalleerd, misschien ervaart de doelgroep het nog steeds als lastiger en moeilijker dan via een klein omweggetje het ongewenste gedrag verder te zetten. Misschien is ons default traject te moeilijk, zelf onderhevig aan vooroordelen…
    We moeten het dan over een andere boeg gooien en blijven testen. Elk nudge die niet werkt, is leerrijk. We ontdekken weer iets over het gedrag van onze doelgroep.
    De eerste stap om de ingreep bij te sturen is dan ook na te gaan of we het nog makkelijker kunnen maken. Kunnen we nog drempels weghalen? Kunnen we de bewoordingen vereenvoudigen, verhelderen? Enable en Enlighten, kortom.
  3. The Return of the Jedi
    Soms kiest de doelgroep ervoor om onze default te ontwijken omdat de concurrent nog sterker nudget. Als die daarbij de belangen van anderen schaden (zoals bij milieuverontreiniging of misdaad) of met hun nudges misleiden, vooroordelen uitbuiten, complexiteit misbruikend, inspelen op angsten of onze Exemplify doelgericht en onterecht ondergraven, terwijl onze ingreep beschermend bedoeld was, dan is er geen reden tot juichen. Sommige blijven lokken met ondoorzichtige leningen ook al zeggen we dat ‘geld lenen ook geld kost’.
    We kunnen dan proberen om het moeilijker te maken om de default aan te passen. We maken de formulieren daarvoor lastiger, bouwen wachttijden in of voorzien dat de toestand na pakweg een jaar terug naar de default terugkeert.
    Daarnaast kunnen we ook proberen om de nudge-technieken van de concurrenten aan banden te leggen, vooral waar ze een loopje nemen met de werkelijkheid. We willen ze uiteraard niet censureren maar misschien kunnen we hen wel opleggen om naast ‘90% vetvrij’ ook te vermelden dat het dus wel om ‘10% vet’ gaat. Hier wordt het terrein wel grijs. Wanneer wordt keuzeoptimalisatie keuzebeperking? Wanneer wordt een default een verplichting? Is het in sommige gevallen van algemeen welzijn (sociale zekerheid, toegang tot medicijnen, veiligheidsregels, inentingen…) niet gewoon beter om maar meteen open kaart te spelen en te verplichten?
    Wellicht is het handig om na te gaan of er geen andere manieren mogelijk zijn door bijvoorbeeld gedifferentieerder te nudgen per subdoelgroep.

Kortom, nudges alleen zijn niet zaligmakend. Het blijft zoeken en bijlichten. Zoniet verdwaalt de olifant in de mist.

Het document van Cass R. Sunstein is te vinden op het Social Science Research Network.