Het 7E-model op vinkenslag: een mini-checklist

Tijdens 7E-workshops vertrekken we graag met de vraagstukken en nakende campagnes of ingrepen waar je als gemeente of organisatie mee bezig bent. Soms gaat het om één of twee, soms krijgen we een hele batterij aan projecten ter beoordeling op ons bord.

picto's_bouwdoos picto's_kapstok picto's_brilOnderbouwde vermoedens

Boeiend, dat zeker, maar ook wel heel belastend. Zelf heb ik dan het gevoel dat van mij orakels wordt verwacht, die ik uiteraard niet in petto heb. Het 7E-model is een zienswijze, een kapstok en een wegwijzer, waardoor je ingrepen kunt toetsen aan inzichten, met de bedoeling om mogelijke effecten beter te kunnen inschatten en kansen op succes te verhogen. Het confronteren van ingrepen met het 7E-model levert doorgaans wel nieuwe inzichten en mogelijke aanpassingen op, maar die zouden we liefst uittesten. We kunnen immers niet met stellige zekerheid gaan beweren dat ingreep X het zoveel beter zal doen dan Y, zonder dat zelf onderzocht te hebben. Het blijft om vermoedens gaan. Onderbouwde vermoedens weliswaar, – en onze track record wijst erop dat ze doorgaans terecht zijn -, maar het blijven vermoedens.

Vink per vink

Met die caveat uit de weg, ga ik dan graag in op de uitdaging om de ingrepen na te kijken. In een rotvaart stel ik dan vragen, gebaseerd op ons model, waaruit doorgaans wel enkele tips ontspruiten. Heb je daar al aan gedacht? Is die stap nodig? Waarom moeten ze eerst inschrijven? Waarom zet je die drempel daar? Kan het niet eenvoudiger? Is dat wel de reden waarom ze het gedrag niet stellen? Raak je mij hiermee? En vooral: Wat verwacht je nu eigenlijk van me?

Bij het up tempo bekijken van zo’n ingrepen probeer ik me steeds eerst in te leven in de doelgroep (“Wie ben ik? Waarom kies je mij?”) die op een bepaald ogenblik wordt aangesproken (“Wanneer vertel je mij dit? Waar ben ik mee bezig nu? Heb ik tijd voor je boodschap? Hoeveel bandbreedte heb ik over in mijn aandachtsspan?”).

En dan haal ik er de checklist bij die het 7E-model eigenlijk is. Welk gedrag verwacht je eigenlijk? Hoe concreet kun je dat maken? Leg je een brug naar mijn ervaring nu, of spreek je vanuit jezelf? Wijs je op sociale steun? Op mogelijke winst of verlies, dat er te rapen valt? Hoe moeilijk heb je het me gemaakt? Moet ik alles laten vallen of kan ik gewoon knikken? Moet ik me zwaar concentreren voor je vraag, of is het meteen helder? Hoe leuk zal ik het vinden? En: kan ik zien dat jij het zelf ook wel belangrijk vindt.

Inspirchecklist fragmentatievlammetjes

Nee, rocket science is het niet, maar het helpt elke keer wel om de ingrepen op een nieuwe manier te bekijken. Ik zie bij de deelnemers van de workshop vaak inspiratievlammetjes opschieten. Sommigen beginnen opeens ijverig te pennen, anderen beginnen met hun buur een verhit gesprek over dat ene project, en nog anderen gooien ter plaatse een idee in de groep. De checklist inspireert.

Tot dusver had ik die checklist enkel op mijn slides staan, maar na een nieuwe workshop in Aalst, voor een groep bijzonder gedreven ambtenaren besefte ik dat zo’n korte, snelle checklist best wel een handige aanvulling van het lijvige boek kon zijn.

Vandaar: een Checklist voor wie er zin in heeft: download het, gebruik het, verdeel het en vooral: aarzel niet om het bij te sturen, aan te vullen en te annoteren. Ik sta alvast open voor alle bedenkingen!

Waarom obesitasbestrijding slaagt waar milieuopvoeding faalt…

“Het nationaal actieplan Viasano is erin geslaagd om het aantal dikke kleuters terug te dringen.” Dat lazen we op 27 maart in De Morgen. En net diezelfde dag schrijft De Standaard: “Milieulessen op school hebben gering effect op gedrag leerlingen.”
Het loont de moeite om beide verhalen te vergelijken. Waarom slaagt de een waar de ander faalt, en wat leert het ons?

Hoe de campagnes en ingrepen precies ineen staken is giswerk, maar de artikels lichten al een tip van de sluier.Het milieu-artikel geeft toe dat de kennis over de natuur dan wel gestegen is, maar het gedrag niet. Meer nog, ook wat bezorgdheid betreft zijn de resultaten niet naar verhoopt. De helft van de middelbare scholieren vindt dat volwassenen zich net teveel zorgen maken, en voelt zich niet betrokken bij het vraagstuk. Informeren en sensibiliseren (enlighten en enthuse) alleen volstaan dus niet.

Hele omgeving

Viasano pakte het obesistas-probleem anders aan. In twee proefsteden opteerden de onderzoekers voor een geïntegreerde aanpak. “Al te vaak bestaat obesitaspreventie louter uit informeren,” legt hoofdonderzoeker en gezondheidspsycholoog Jan Vinck uit in De Morgen, “maar het is verkeerd om te denken: we bestoken de consument met allerlei brochures, en daarna is het zijn verantwoordelijkheid. Wordt hij obees, dan is dat ‘eigen schuld dikke bult’. Met informatie alleen hou je je goede voornemens twee weken vol, niet langer. Waarom? Omdat het de omgeving is die bepaalt hoe je je voedt. Daarom komt het erop aan die hele omgeving te veranderen.”
Engage, kortom, exemplify en experience zijn van kapitaal belang. Je pakt niet het inzicht aan, maar de hele beleving, de hele context, waar je niet alleen je communicatie, maar ook je beleid op afstemt.
“7E werkt!”, jubelden we toen we het artikel zagen.

Sebastiaan Derese van de Jeugdbond voor Natuur en Milieu en professor Van Petegem kijken voor de milieuopvoeding intussen ook verder. Ze willen ook buiten de klas sensibiliseren, denken ook aan speelbossen, grasvelden, moestuinen en vijvers, maar of “praten over klimaatverandering” de beste insteek is, durven wij toch te betwijfelen.

Lees verder over de milieulessen (DS 27/03/15)
Lees verder over de aanpak van obesitas (DM 27/03/15)

Afbeelding istock 

Paperless en de Stickerguerilla

“Papier hier”, roepen onze brievenbussen. Brieven krijgen ze nog nauwelijks, op wat rekeningen na, en dus bedelen ze hongerig om reclamefolders. En goedhartig als ze zijn, geven de reclamebakkers hieraan toe. Een foldertje op maandag, een krantje op dinsdag, een serie briefjes op woensdag, zodat onze bussen voor de week om is met wel 33 happen papier zijn gevoed.

Deze USS Enterprise heeft een maximale capaciteit van 94.000 ton. Daar moet ons Vlaams reclamepapier dus netjes in kunnen.
Deze USS Enterprise heeft een maximale capaciteit van 94.000 ton. Daar moet ons Vlaams reclamepapier dus netjes in kunnen.

Ik heb het net nog even nageteld: 33 ongeadresseerde reclamefolders per week. Als ik ervanuit ga dat deze week een gemiddelde week was, krijg ik dus 34 kilo papier per jaar in mijn bus. Nu ja, in de bus van onze buurvrouw die al een tijdje bij haar vriend in woont. Wij hebben zo’n “geen drukwerk”-sticker, waaraan de bussers zich meestal wel houden, maar mijn buurvrouw heeft die niet, zodat ik daar de papierstorm met wetenschappelijke precisie kan volgen. 34 kilogram. 170 kilogram voor ons appartementsgebouwtje alleen al. Heel Melle, met zijn 4.445 huishoudens – waarvan ik vermoed dat ook één op zes zo’n sticker heeft – slikt dus 126.000 kg papier. De bussen van Vlaanderen krijgen 73 miljoen kilogram papier door hun strot. Dat is zowat het maximale laadvermogen van de grootste vliegdekschepen… Een bos in je bus, zeg maar.

Waar stokt de sticker?

Milieubewust als je bent, heb jij, lieve lezer, uiteraard ook zo’n “geen reclame”-sticker aan je brievenbus hangen, en je vraagt je wellicht ook af waarom niet iedereen die heeft. Als ik kijk hoe vaak die folders op de vloer van onze inkomhal belanden, kan ik echt niet geloven dat iedereen er bewust voor kiest om die te ontvangen, of dat er gejubeld wordt bij het zien van al dat moois in de brievenbus. “Joepie! Een folder voor brillen! Hoera, het jeanskrantje! Eindelijk, de leaflet voor massage in mijn eigen straat!” Nee, toch?
Waarom kleven ze die sticker dan niet? Antwoord: nét omdat ze er niet bewust voor kiezen. In Melle kun je die sticker gratis afhalen op het gemeentehuis, maar dat veronderstelt dat je er bewust bij stilstaat, dat je bewust een moment uitkiest om naar het gemeentehuis te gaan – halfdaags open tijdens de kantooruren – en er bewust zo’n sticker vraagt. Dat vergt dus een aantal bewuste keuzemomenten… en die komen er niet vanzelf. We veranderen onze status quo niet zomaar…
Maar wat als we het makkelijker zouden maken…

Experiment ‘Stickerguerilla’

In Duitsland besloot het studenteninitiatief “Nudge it!” een eenvoudig experimentje op te zetten: bij 900 huishoudens (zonder sticker) organiseerden ze een guerilla-experiment. In de helft van de brievenbussen gooiden ze zo’n “geen reclame”-sticker, en op de andere helft kleefde ze die sticker al half vast, telkens met de boodschap: “kleef de sticker – spaar papier – bescherm het milieu”. Wou je hem niet, dan moest je hem er actief afrukken, wou je hem wel, dan wreef je de andere helft vast. Een stevige ‘nudge’, heet zoiets tegenwoordig, hoewel wij 7E-ers het minzaam bij ‘Enable’ houden.

Resultaten
‘Active’ betrof de gebuste stickers, ‘forced’ de half-gekleefde.

Drie weken later gingen ze weer langs de bussen om het resultaat af te lezen, en jawel, hoor: bij de gebuste stickers hing zowat 16% van de stickers op, bij de gekleefde bijna 22%! Zo’n stevig duwtje heeft dus inderdaad effect.
Stel je eens voor dat we dat op Vlaams niveau zouden doen! Dat dit een default insteek zou zijn van onze Vlaamse milieubewuste gemeentes, of van onze Vlaamse minister van Omgeving en Natuur! Dan zou je het reclamepapier dus met 20% kunnen terugdringen: 14 miljoen kg papier. Paperless brievenbussen… dankzij een stickertje.

Misschien moet ik helemaal niet wachten op de minister. Ik moet gewoon zelf naar het gemeentehuis en alvast in ons appartementsgebouw beginnen plakken. Maar hoe doe ik dat dan bij mijn buurvrouw? Er toch zelf op kleven nu ze er niet is? Of zoek ik even uit waar haar vriend woont?

Meer info: Georg Liebig, Jens Rommel, Active and Forced Choice for Overcoming Status Quo Bias: A Field Experiment on the Adoption of “No junk mail” Stickers in Berlin, Germany, Journal of Consumer Policy, Volume 37, Issue 3 , pp 423-435